Jij verdient een ode zon, ik wou dat ik je kopen kon. Je stralen zou ik gunnen aan een ieder ik tegenkom. Aan ieder die m’n teksten leest en dezelfde visie heeft. Aan ieder die je heeft gemist en even niet meer beter wist. Want lang was je verdwenen, voor de mensen die je misten. Een grafstemming heerst er dan, maar ik laat me niet kisten.

Hoofd in de wolken, benen op de grond. Als jij er bent, heeft de morgenstond weer goud in de mond. Kwam jij wanneer ik zweeg, hield ik elke dag m’n mond. Dicht. Ik hou van zonlicht. Ramen, deuren open. Ben jij er niet dan zijn ze potdicht. Ik dicht, want m’n ogen gaan weer open. Ik krijg zin om te zwemmen of gewoon een stuk te lopen.

Want mensen hebben zo’n zin in serieuze handelingen, ik heb zonzin in chille onzinwandelingen. Ik eet weer ijs en ik geef prijs: de zon is m’n favoriete partner op elke dagelijkse reis. Jij laat groeien, jij laat bloeien. Jij bent riemen, ik kan roeien. Met woorden stoeien, jij blijft boeien.

Pak een bankje in de zon en dan pak je even rust. De zon kan beter zin heten; ik heb opeens weer levenslust. Ik straal van geluk, ik voel stralen van geluk. Een dag waarop de zon schijnt is bij voorbaat al gelukt.

Ik zie de schepen varen vanaf de Maasboulevard. Of ik ga naar Hoek van Holland, even afkoelen daar. Elke dag een zondag, in de letterlijke zin. Iedereen op jacht naar een aantrekkelijke tint. Iedereen zoekt, iedereen vindt. Iedereen is vrolijk, als een pasgeboren kind. Alles lijkt te kloppen, alsof de zon verbindt.

Jij inspirireert, motiveert en activeert. Politiek is soms wel lachen, maar jij bent het die regeert. Helden zijn wel nodig, maar jij wordt het vaakst vereerd. Jij komt van God en als je schijnt, dan is iedereen bekeerd. Men werkt en studeert, produceert en consumeert maar als het weer jou blokkeert wordt er minder gepresteerd.

Warmte is rijkdom, ik voel warmte en kijk om. Ik zie jou schijnen, voel me fijner en heb een nieuwe kijk op de meest pijnlijke dingen. Ik kan niet zingen, maar moet het kwijt. Jij brengt mij geluk, ik sta eeuwig in het krijt. Jouw stralen, mijn valuta; als je schijnt dan ben ik rijk. Vooraanstaand burger in een achterstandswijk. Door jou. Dus voor jou dit verhaaltje, in m’n eigen taaltje. Een bescheiden staaltje dichtkunst.

In de winter heet het dichten, nu noem ik het lichtkunst.

0