Het is weer winter, winterweer, vrieskou, wind, dus winterzeer. Voordat je ’t weet, is de winter daar. Geen probleem, je bent winterklaar. Zonder sneeuw geen winterpret, sneeuwpop bouwen: winterwet. Lekker slapen, wintergaap, met deze kou een winterslaap. IJzer is eigenlijk winterdauw, rooie neuzen, winterkou. Goede voornemens, winterspijt, feestjes vieren, wintertijd. Cadeautjes kopen, geld tekort, dit jaar weer geen wintersport. Haast vergeten wat winter was, op Timberlands, in m’n winterjas. Wie wint er, wie krijgt winterklop? Geen flauw idee, ’t is winterstop. Wie dit in de winter leest, viert een beetje winterfeest.

0