Lang geleden, in een streek hier ver vandaan, ontstond een prachtig en op vele punten revolutionair geloof waarvan de aanhangers zich wakkietakkies noemden. De wakkietakkies vormden sinds jaar en dag een warm en hartelijk volk, dat alleen vocht als het even daarvoor was aangevallen. Voor hun geloof ken ik liefde, respect en ontzag. Ik put er kracht uit en vind er rust in.

Met een heel groot deel wakkietakkies, kan ik goed overweg. Ik mag ze graag en niet alleen om hun support. Meer om hun eerlijkheid, betrouwbaarheid, oprechtheid, kalmte en spontaniteit. Met een groeiend aantal moderne wakkietakkies heb ik het echter steeds moeilijker. Ze werken elementaire misvattingen omtrent hun religie in de hand, waar hun broeders en zusters hinder van ondervinden. Waar andersdenkenden -niet onbegrijpelijk- aanstoot aannemen.

Vooral de grondleggers van het geloof en de eerste generaties wakkietakkies staan nog altijd bekend om hun vooruitstrevende normen en waarden, goede zeden, vredelievende aard, intelligentie, wijsheid, bescheidenheid, sociale vaardigheden en (daarmee) hun uitzonderlijke nalatenschap. Hun erfenis had een verrijking voor de moderne wereld kunnen zijn, ware het niet dat er al vrij snel wakkietakkies kwamen die een loopje namen met de prachtige grondbeginselen.

Wakkietakkies die hun geloof met het zwaard kwamen brengen en het op die manier door de strot duwden van mensen die er helemaal niet op zaten te wachten. Of die strot anders gewoon doorsneden. Ze zijn er nog steeds. Wakkietakkies die niet door lijken te hebben dat agressie juist afkeer en zelfs haat tegen hun geloof in de hand werkt en dat zij, door zich zo dreigend uit te laten of zelfs gewelddadig te gedragen, waardeloze ambassadeurs van een in alle opzichten medemenselijke religie zijn.

Wakkietakkies die niet bezig zijn met de rustige, aanlokkelijke manier van uitnodigen tot hun geloof. Die niet laten zien hoe bepaalde rituelen en gedragscodes een ander emotionele en mentale rust kunnen geven, maar die ander links laten liggen of zelfs vies aankijken. Nors ogende, soms haast geïsoleerd levende gelovigen die de dialoog niet aangaan omdat ze slecht tegen kritiek kunnen en van daaruit vaker beledigd zijn dan geduldig blijven. En van daaruit niet meer vormen dan een gewillig slachtoffer. Een makkelijke prooi, een aantrekkelijke schietschijf.

Wakkietakkies die lijken te lijden aan een chronisch tekort aan sociale vaardigheden. Die niet lijken te geloven voor hun Heer, maar voor hun gemeenschap. Die hun geloof gebruiken als marketingcommunicatiestrategie om sympathie, respect, aanzien of zelfs gezag mee af te dwingen. Gelovigen die zich enkel lijken te begeven in hun eigen kringetje en binnen dat kringetje een bepaalde status lijken na te streven door daden boven intentie te stellen. Door de waarde van stille aanbidding over het hoofd te zien.

Qua PR mankeert er dus genoeg aan veel wakkietakkies, maar ook intern zijn er wat zaken die voor reorganisatie vatbaar zijn.

Wakkietakkies die zich superieur lijken te voelen aan andere wakkietakkies, bijvoorbeeld. Van die exemplaren die discussiëren op een diep theologisch niveau, puur en alleen om goede sier te maken. Wakkietakkies die de spirituele en sociale kanten van hun geloof uit het oog verloren lijken te zijn en zich blind staren op de doctrine, niet beseffende dat ze er zo voor zorgen dat een groot deel van hun broeders en zusters zich minderwaardig voelt. Niet wetende dat zo’n gevoel van minderwaardigheid mogelijk zorgt voor -volgens het geloof van de wakkietakkies- afkeurenswaardig of zelfs verboden gedrag.

Gelovigen die zichzelf hebben gebombardeerd tot geleerden en zich altijd en overal zo’n beetje iedereen op elitaire wijze aanspreken op in hun ogen fout gedrag. Wakkietakkies die andermans kledingstijl, uitlatingen, handelingen, gevoelens en emoties constant langs hun selectieve en subjectieve meetlat leggen. Die zich zo met anderen bezig lijken te houden, dat ik weleens bang ben dat ze zichzelf vergeten. Dat ik me stiekem weleens afvraag wat ze zelf allemaal uitspoken. En er is meer.

Afgunst, roddel en achterklap. Het lijkt voor een groeiend deel van de wakkietakkies een dagtaak. Net als beoordelen en veroordelen van alles dat en iedereen die niet voldoet aan hun beeld van de waarheid. Gelovigen die niet lijken te zien dat je nooit een vuist kunt maken, als je constant met je vinger staat te wijzen. Dat op een dag, alle mensen afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de zwerftocht die ze hier op aarde hebben afgelegd.

De wakkietakkies behoren tot het geloof van de mensen. Alle mensen. Het geloof dat geen dwang kent. Het geloof zonder aardse beoordeling van en door alledaagse stervelingen, zoals u en ik. Van de maan af gezien, zijn we allemaal even groot. En over honderd jaar zijn we allemaal even dood. En voor mensen die geloven dat de aarde slechts een tijdelijke verblijfplaats is, lijkt het mij handig om vooral goed te letten op hun eigen doen en laten. Maakt de kans op een prettige eindbestemming gewoon wat groter.

Ik spreek geen waardeoordeel uit, ik constateer slechts. Omdat wie zichzelf kent, over anderen zwijgt. Een overvloed aan waarnemingen en ervaringen heeft er echter voor gezorgd, dat ik me soms gewoon zorgen maak over een aantal vleesgeworden, zelfbenoemde visitekaartjes van een pure religie die niet alleen bestaansrecht verdient maar veel leerzame en bruikbare logica herbergt die voor een ieder van waarde kan zijn. Logica die in gestaag tempo ondergesneeuwd raakt.

Met hoe sommige wakkietakkies zich onderling als vrienden tonen, heeft hun gemeenschap namelijk geen vijanden meer nodig. En zolang die ‘vijand’ niet tegemoet wordt getreden met respect, geduld, nobelheid, vriendelijkheid, wat zelfreflectie, een beetje humor en een glimlach, zullen de wakkietakkies nooit in onderlinge vrede leven. Laat staan in vrede naast de medemensheid. Laat staan met de medemensheid.

0