Jij hè. Ogenschijnlijk in contrast met een alledaagse achtergrond, val je op. De contouren van mijn kenmerken, steken af tegen het grauwe. Het gewone. Jij treedt op de voorgrond. Ik niet. Jij, silhouet. Schaduw.

Je laat een plaatje zien dat anderen herkennen. Erkennen. Ze waarderen het, van een afstand, met vaak niet meer dan een vingervlugge handeling. Ze verafschuwen het, van een nog grotere afstand, vaak stilzwijgend. Jou, mij of het lampje dat jou mogelijk maakt. Jou en mij. Want wij verschillen, al zijn onze raakvlakken niet te ontkennen.

Schaduw, je bent me wel maar je bent me niet. Verstoken van elk reliëf, zonder enige kleur, verschijn je aan de oppervlakte. Om doorgaans daar te blijven, als we eerlijk zijn. Te midden van een zee aan silhouetten, waardoor je eigenlijk niet wezenlijk anders bent dan andere figuren die een spotje zoeken om hun bestaansrecht aan te ontlenen. Op zoek naar licht, verzuipen de meesten zienderogen in het duister. Alsof gewaardeerd worden gelijkstaat aan jezelf waarderen. Jij volgt mij, tot de dood ons scheidt. Niet andersom.

Silhouet, maak nog maar een pirouette, mijn wereld draait niet om wat jij laat zien. Mijn wereld draait om onthouden wie ik ben en werken aan wie ik wens te worden. Prioriteiten stellen, het plezier waar ik mijn reis mee ben begonnen, terugvinden en vasthouden. Koesteren. Het zoekgeraakte licht dat mij zicht bracht op die reis, hervinden. Zonder plezier geen prestaties. Dat licht, daar draait het om. Niet om jou. Immers, zonder licht zou jij niet eens bestaan. In de luwte ben je er niet.

Daarom ben ik daar, sinds een tijdje. Voor een tijdje. Op de plek waar jij niet zijn kunt, zoekend naar het knopje van de lamp die jij geleidelijk aan hebt weten te dimmen. Je bent een goede vriend gebleken, althans, een trouwe volger. Tenminste, zolang ik in het licht dans. En dat is prima, silhouet, ik wil enkel herontdekken dat ik me ook zonder jou kan redden.

In je afwezigheid, roep je interessante vragen op. Is het geen wonderlijk contrast, dat je geconsumeerd kunt worden door wat je produceert? Dat je, op zoek naar de schakelaar van een verloren lichtbron, juist het duister in dient te duiken? Dat schaduw juist schijn kan zijn?

Ik vind rust, sluit af, laad op en creëer. In die volgorde, zonder de ruis die jij brengt. Die ik jou heb laten brengen. Tot het moment dat we weer naast elkaar kunnen bestaan, als elkaars gelijken. Tot het licht weer aan is en ik jou in het perspectief van weleer onder ogen kan zien. Tot ik je positieve en zakelijk nuttige kanten weer oprecht kan waarderen.

Tot mijn schaduw geen schaduwzijde meer heeft.