Vandaag vroeg iemand mij wanneer ik mijn baard er toch eens af zou halen. “Nooit en te nimmer”, antwoordde ik. “Nooit en te trimmer! Afhalen doe je bij de Chinees.” In verwoede pogingen om mij van mijn stuk te brengen, werden er natuurlijk allerlei hypothetische geldbedragen op mij afgevuurd. Maar nee, mijn baard afscheren? De gedachte alleen al baard mij zorgen.

De baard, in het Engels ook wel the beard genoemd, is van meer waarde dan ooit in geld valt uit te drukken. De baard is een statement, een cultuuroverschrijdende blijk van mannelijkheid. De baard duidt op identiteit. Authenticiteit. Onvergankelijke robuustheid en soms ook luiheid. Maar een poëtische vorm van luiheid. Een vanuit de sociaal-culturele invalshoek bewonderenswaardige vorm van luiheid. Een aan te moedigen vorm van luiheid die respect af hoort te dwingen. Respect. Diep, diep respect.

De baard is hét ultieme teken van tijdloosheid, dé mystieke broedplaats voor geweldige ideeën, het summum van diepgewortelde wijsheid en het bewijs van natuurlijk gezag, oprechtheid en een soort oerbewustzijn. De baard herbergt het geweten van een echte man. Elke baardhaar is een teken van fijnzinnigheid.

De baard is een  zegen, de baard ademt joie de vivre. De baard geeft een man met ballen zijn bestaansrecht. Het valt niet méér filosofisch te omschrijven. Men zou kunnen stellen dat de baard is. De baard is. De baard is, omdat de baard is. Bijknippen mag, trimmen is toegestaan, uitlijnen en kammen is helemaal prima. Zolang men de baard maar niet volledig afscheert. De baard is een machtssymbool, de baard maakt een simpele man tot een man van statuur.

De baard is op maat gemaakt en past precies op of zelfs aan het gelaat. Het woord ‘gelaat’ is daarom ook geen toeval. Ge-laat. Met de ‘laat’ van ‘laat staan’. Laat de baard staan. De baard maakt mannen van jongens. Eigen baard is goud waard, echt.

Daarom, mede-baardmannen, dit manifest. Deze ode. Een oproep aan de ruige rocker, de vrome gelovige, de wetenschapper, de hippie, de hipster, de hiphopper, de metroseksueel en de dak- en thuisloze. Draagt uw baard met gepaste trots, koestert de stoppels, sprieten of zelfs kambare haren op uw aangezicht en trotseert de mogelijke hoon van uw familieleden, vrienden, buren en collega’s. Wij zijn het meer dan enkele grote namen uit de geschiedenis verplicht.

Laat de baard u warm houden in de winter, laat de zomerbriesjes door uw gezichtsbeharing waaien, schaamt u niet voor eventueel in de baard achterblijvende etensresten, laat u niet ontmoedigen door de wanstaltige, gladgeschoren waan van de dag en onthoudt dat voor mannen zonder baard een speciale term is verzonnen: vrouwen.

Zweert alles wat op scheerspullen lijkt af, verbant desnoods alle ontharingsmiddelen (behalve die van uw vrouw) uit uw badkamer en rock die fucking baard als ware het een verentooi. En mocht het onverhoopt gebeuren dat men u zonder scrupules vraagt wanneer u uw baard er toch eens af gaat scheren, pareert die vraag dan met de ons aller welbekende uitdrukking: “SCHEER JE WEG!”

Omdat: power to the beard. Punt.

Dit verhaal is opgenomen in mijn debuutbundel Regelgeving, die is hier te verkrijgen!