Gisteravond moest mijn zusje afdansen. Of ik dan ook kwam kijken. “Natúúrlijk kom ik dan ook kijken,” was mijn enthousiaste antwoord geweest. Zelf heb ik jaren ervaring met het stijldansen. Ik wilde weleens zien of mijn zusje dezelfde Foxtrot-, Quickstep- en Engelse Walsgenen had.

Nou, lezers en lezeressen, dat viel vies tegen.

De avond zelf had alles, daar lag het niet aan. De discolichten knipperden niet op de maat van de muziek, die muziek was twintig jaar geleden ontzettend hip en de wat kitscherig ingerichte zaal was afgeladen. Volle bak. Om de dansvloer heen zat, naar ik schat, een mannetje of honderd. Enthousiast, gespannen en bovenal: dressed to impress. Ik zat in één grote, fysieke ode aan het stijldansen. Een blaadje met nummer 35 had ze op haar rug zitten, mijn zusje. Als je 3 bij 5 optelt, krijg je 8. Trek er 1 vanaf (het aantal zusjes dat moest afdansen) en je hebt 7, mijn lievelingsgetal. Het kon niet mis gaan, echt niet.

U moet goed begrijpen, dat de afgelopen weken alles bij ons thuis in het teken stond van gisteravond. Afdansen. We hadden het woord in spiegelbeeld op het voorhoofd van mijn zusje geschreven met een permanent marker. Zo zou ze elke dag, bij het in de spiegel kijken, doordrongen zijn van het belang van gisteravond. Elke dag evalueerden mijn moeder en ik de video-opnames van eerdere keren, om de herhaling van kleine foutjes te voorkomen. Voor het vorige afdansen kreeg mijn zusje namelijk een 8.5 van de jury en dat kan niet. Dat kan gewoon niet. Een 8.5 is een schande voor een stijldansfamilie als de familie Otte. Een rochel in het gelaat, maar dat even daar gelaten.

Gisteravond. De danspartner van mijn zusje arriveerde precies op tijd voor het moment suprême. Wekenlang had ik hier naar uit gekeken. Mijn vader en andere zusje zaten klaar met een videocamera en een aantekeningenboekje, ik zat met een goed glas Pepsi klaar. Ik geef toe, mijn avond was al een beetje verziekt omdat er geen Coca Cola was, maar dat gegeven had geen invloed op mijn ondervindingen van gisteravond. Ik weet héél goed wat ik zag.

Mijn zusje danste namelijk als een houten Klaas. Een stijve hark. Een lantaarnpaal. Ik schaamde me kapot. De ambiance was perfect, de vloer was totally hers, haar hele familie was aanwezig. En hoe betaalde ze onze support terug? Wat deed ze? Swingen als wijlen Nel Veerkamp, maar dan met twee kunstheupen, een zeurende hamstring en een houten been. Verschrikkelijk was het.

Terwijl ze zwierend over de dansvloer bewoog, schreeuwde ik: “LACHEN! HIPS DON’T LIE! HEUPEN! SCHWUNG! PEZZAZ, MEER PEZZAZ! MÉÉR!” Ze werd een beetje rood, terecht ook. Ze negeerde me echter compleet. Gelukkig was het na de Cha-Cha-Cha tijd voor een korte pauze. Mijn vader wilde haar niet eens meer aankijken, mijn andere zusje kan op zulke momenten beter haar mond houden voordat ze dingen zegt die véél te ver gaan en mijn moeder was al compleet overstuur naar buiten gelopen. Het werd haar allemaal eventjes te veel, het arme mens.

Gelukkig kan ik op zulke momenten altijd precies de vinger op de zere plek leggen. Gedoseerd, doch gedecideerd. Kalm, maar toch zéér duidelijk:

“HALLO? JE BENT AL DERTIEN JAAR! JE DANST ER AL TWAALF VAN! IS JOUW DIEET VOOR NIETS GEWEEST? WAAROM GEVEN WE JOU AL WEKEN ALLEEN MAAR GEKOOKTE WITTE RIJST? WAAROM RIJD IK AL WEKEN NAAST JE IN DE AUTO, TIJDENS ONZE HARDLOOP-AVONDEN? WAAR STOP IK AL DIE TIJD EN ENERGIE IN? WAAROM DOE IK HET? WIL JE WEER IN DE KRUIPKELDER SLAPEN? VOND JE HET ZO LEKKER WARM DAAR? ZEG HET MAAR HOOR! ZEG HET MAAR! MISSELIJK WORD IK VAN JE, MISSELIJK! WAAR WILLEN WIJ NAARTOE MET JOU? WAT WILLEN WIJ BEREIKEN?”

“De top,” klonk het ietwat timide uit de mond van mijn zusje.

“JUIST JA, DE TOP! DE F*CKING TOP! EN WAAR BEN JIJ NU? HIER,” zei ik terwijl ik hard op de dansvloer stampte. “EN JE MOET HIERHEEN, NAAR DE TOP! DE TOP!” Bij deze woorden gooi ik mijn rechterhand altijd zo hoog mogelijk de lucht in, om visueel aan te geven waar ik wil dat mijn zusje met stijldansen uitkomt. De top, mensen. De absolute top. Maak het visueel, dat helpt.

Na de pauze danste ze de tango, terwijl de jury toekeek. Ze huilde. Dat hoort een beetje bij de prestatiecultuur hè, naast bloed en zweet. Tranen. Mijn motiverende toespraak had geholpen, want met een dikke 10 stapte ze van de dansvloer af. Zij blij, wij trots. Presteren kun je leren, blijkt maar weer. De absolute top is voor iedereen bereikbaar. De enige ingrediënten van het succesrecept zijn steun van naaste familie, een aangeboren winnaarsmentaliteit en mooie dromen. Eigen dromen, van geluk.

Mijn zusje moest gisteravond echt afdansen en wij zijn met z’n allen ook echt gaan kijken. In bovenstaand stuk is alleen de ambiance goed beschreven, de rest is totaal uit m’n duim gezogen. Mijn zusje danste prachtig. Ik vond het leuk om eens te kijken (ik maak daar veel te weinig tijd voor) en ik was ontzettend trots op haar. En al zou ze toch als een natte krant over de vloer hobbelen, ze blijft mijn zusje. Ik was in dat geval nog net zo trots op haar geweest. En het gebrek aan die onvoorwaardelijke trots is een gemis voor ‘prestatieouders’, die dwangmatig hun eigen mislukte dromen door de strot van hun kind duwen langs de dansvloer of een voetbalveld. Daar wilde ik een stukje over schrijven.