Tijdens de twee minuten stilte die jaarlijks op 4 mei over ons land vallen, denk ik in de eerste plaats aan mijn overgrootvader. Zijn verzetswerk in bezettingstijd en zijn hulp aan joodse gezinnen uit de buurt, kwam hem na te zijn verraden op een verplichte treinreis richting één van de werkkampen te staan.

Onderweg besloot hij uit pure wanhoop een pakje zware shag op te eten. Hij werd er zo ontzettend ziek van, dat hij onbruikbaar was voor de mensen door wie hij op de trein gezet was. Ze trapten hem er dan ook uit, ver over de Nederlandse grens. Zonder eten, zonder drinken, grotendeels te voet en met een constant gevaar voor eigen leven, vond hij zijn weg terug naar Rotterdam. Van de bevrijding, die terwijl hij onderweg was een feit was, had hij niets meegekregen. Zijn stad trof hij grotendeels verwoest aan.

Ik ben erg trots op alle hoge en moderne gebouwen in Rotterdam, maar iedereen weet hoe het komt dat het uiterlijk van de stad is wat het vandaag de dag is. Geen enkele stad in Nederland is zo zwaar getroffen als de onze. De huidige skyline is prachtig, maar de voorgeschiedenis ervan is verschrikkelijk: het complete stadshart is, op enkele belangrijke gebouwen na, weggevaagd met de bombardementen van 14 mei 1940. Ik weet alleen van foto’s hoe de stad er voor dit oorlogsgeweld uit heeft gezien.

Voor mij vormt de aanblik van het moderne Rotterdam het toonbeeld van daadkracht, doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid. Dat zijn voor mij de woorden die op elke 4 mei de boventoon zouden moeten voeren. Daadkracht, doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid.

Om te accepteren dat ‘dat wat was’ er niet meer is en met elkaar volledig te gaan voor iets nieuws, getuigt van onverzettelijkheid. Door de daadkracht en het doorzettingsvermogen van de mensen van toen, kijken wij naar Rotterdam (en ook naar de rest van Nederland) zoals het vandaag de dag is. Ik kan niets meer dan mijn dankbaarheid en diep respect betuigen aan de mensen die hebben gestreden in de oorlog en voor de mensen die verantwoordelijk zijn geweest voor de wederopbouw van ons land. Onze vrijheid, is hun erfenis. De erfenis van helden en heldinnen.

Wij als jongeren mogen nooit, maar dan ook nooit vergeten wat er al die jaren geleden gebeurd is en hoe onze voorouders ermee zijn omgegaan.

De Tweede Wereldoorlog was meer dan alleen de verwoestingen en het geweld. Oorlogen gaan altijd om meer dan het winnen van grondgebied en het innemen van strategische posities. Gaat het niet om machtswellust, dan gaat het wel om geloof. En gaat het niet om geldelijk gewin, dan draait het wel om etnische tegenstrijdigheden. Van het joodse leed uit de Tweede Wereldoorlog weten we allemaal. Sommigen uit eigen ervaring, anderen van de vele verhalen van nabestaanden en uit boeken, films en documentaires. Ook bij dit vreselijke onderdeel van de Oorlog wil ik vandaag stil staan.

Niet in de laatste plaats omdat ook deze verhalen, die beheerst worden door rassenhaat, genadeloosheid, blinde haat en immens verdriet, waardevolle lessen kunnen en moeten zijn voor latere generaties. In verschillende verdragen en internationale afspraken na Wereldoorlog II hebben regeringsleiders met elkaar afgesproken dat dergelijke verschrikkingen ‘nooit meer mogen gebeuren’.

Als we echter eerlijk zijn moeten we helaas constateren dat de praktijk van de afgelopen zeventig jaar toch anders heeft uitgewezen. De burgeroorlog na het uiteenvallen van Joegoslavië en de etnische zuiveringen in Srebrenica en andere steden in dat gebied die daarop volgden, de eeuwige en ongelijke strijd in het Midden-Oosten, de talloze burgeroorlogen op het Afrikaanse continent met de strijd tussen de Hutu’s en de Tutsi’s als een van de beruchtste voorbeelden: er is niet meer nodig dan een beetje realiteitszin om in te zien dat de geschiedenis zich lijkt te blijven herhalen. Dit is nog maar een greep uit de vele, meer recente conflicten.

Mijn ‘collega-jeugdigen’ en ik kunnen dus ook nooit vergeten wat er met het joodse volk is gebeurd in het Europa van de jaren ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Niet alleen omdat die tragedie elk jaar op 4 mei wordt herdacht, niet alleen omdat er op basisscholen en op het middelbaar onderwijs nog altijd veel tijd en aandacht wordt besteed aan het onderwerp, niet omdat zoals ik eerder zei het uiterlijk van sommige steden de donkere passages uit het verleden verraden, niet eens alleen omdat de tragedie op zichzelf al teveel indruk maakt om zomaar te kunnen worden vergeten.

Wij kunnen niet vergeten wat er toen gebeurd is, omdat we met één blik op de actualiteit helaas enigszins vergelijkbare conflicten zien. Oorlog blijft, los van waar het losbarst, welke religies of nationaliteiten erbij betrokken zijn en los van de aard van het conflict, een verschrikkelijk iets. Wij bewijzen alle slachtoffers, overlevenden en nabestaanden van welke oorlog dan ook misschien wel de grootste eer door op een dag als vandaag stil te staan bij de lessen die we uit hun verhalen kunnen trekken.

Zelf wil ik als mens deze lessen toepassen. Ik wil idealistisch blijven, al neemt de realiteit me daar soms de mogelijkheid toe af. Ik wil me onverzettelijk tonen als het gaat om het nastreven van het goede. Ik wil doorzetten als het moeilijk is en daadkracht tonen als er werk moet worden verzet en resultaat moet worden geboekt. Door dat te doen, doen wij tenminste nog iets goeds met andermans verschrikkelijke herinneringen. Met hun erfenis.

Wij zullen moeten leren om met elkaar door één deur te kunnen, hoe groot de tegenstellingen ook zijn. Vrijheid is onze gemeenschappelijke, zwaarbevochten en alles behalve vanzelfsprekende noemer. Wij hebben die te respecteren, voor onszelf en anderen. Voor onze generaties en die daarna. Elkaar nodeloos beledigen of bedreigen, heeft geen zin. Elkaar destructief benaderen of een ander jouw wil opleggen, kan niet. Het is als dansen op de graven van de helden en heldinnen die zo eensgezind ons land hebben opgebouwd, als spugen in het gezicht van degenen die nog leven. Als het ontkennen van de situaties waar hedendaagse helden en heldinnen zich in vergelijkbare conflicten in bevinden.

Monumenten staan symbool voor deze gedachte. Hetzelfde geldt voor de stilte die elke 4 mei over heel Nederland valt. Ik sta als jongere helemaal achter dit eerbetoon. Het is een kans om respect te betuigen en om stil te staan bij hoe goed ik het eigenlijk heb in dit land, mede door het harde werken van de generaties mensen die vóór mij kwamen. Het vergt echter meer dan monumenten en momenten van stilte om in het huidige Nederland een verschil te maken. Daarvoor moet iemand in staat zijn lessen te trekken uit andermans ervaringen en te handelen in de geest van al eerder verworven inzichten.

Men zegt dat de jeugd de toekomst heeft. Ik hoop het, maar we zijn pas klaar voor de toekomst als we leren van het verleden en de overeenkomsten tussen historie en actualiteit erkennen. Aan ons dus de taak om dat te beseffen. En ernaar te handelen. Op 4 mei en op alle andere 364 dagen van de jaren die komen gaan.

0