Dit jaar werd ik door het Nationaal Comité 4 en 5 mei gevraagd om een gedicht te schrijven voor de Nationale Dodenherdenking in Rotterdam. Het was een zware klus maar een grote eer. Voor genodigden droeg ik het gedicht voor in de Laurenskerk, waarna we in een stille tocht vertrokken naar het Stadhuisplein. Aan de overkant van ons stadhuis, droeg ik het gedicht na de twee minuten stilte voor. Met het werk wilde ik stilstaan bij de slachtoffers en nabestaanden van de Tweede Wereldoorlog, het trauma dat mijn beide opa’s en oma’s meemaakten. Tevens wilde ik stilstaan bij de trieste paralel tussen ‘ons’ heden hier en andermans heden in andere delen van de wereld.

ALS KINDEREN ZO RIJK

alles heeft een les
dat zeggen ze
daarin heeft men gelijk
onbezorgd en blij
dat waren we
als kinderen zo rijk

weggedachte wonden
hoe had het kunnen zijn
afgenomen dromen
in zwijgen woont de pijn

op tranen werd een stad gebouwd
in stilte, zonder zinnen
’t verleden ligt niet achter ons
wij wonen in het midden

zo is dus een aanblik
een antwoord op de vraag
het uitzicht op de stad
da’s waar we staan vandaag

werd het einde een nieuw begin
is het leed niet minder groot
verloren wij het leven, maar
overwonnen wij de dood

duisternis verdreven
door vrijheid, zonneklaar
al is het toen van hier
toch ook het nu van daar

heeft alles een les
is die aan ons
zo ver de stilte reikt
louter leren houdt
de kinderen
als kinderen zo rijk

0