Ik heb een trauma. Een kleintje. Ik heb er weinig last van in het dagelijks leven, maar zo nu en dan komen er herinneringen boven. Vervelende herinneringen. Herinneringen aan een man, die mij het leven zuur probeerde te maken.

De middelbare school. Voor mij een periode, waar ik niet met een glimlach op terugkijk. Nee. Ik lach, gier en brul als ik terugdenk aan mijn tijd daar. Het was overwegend hartstikke lauw. Echt heel lauw. Bijna warm, zo lauw. Spangas is er niks bij.

Mijn groepje was ook gewoon lauw. Wij hadden een vaste plek, bij de kluisjes. Dat is lauw. Wij wisten veel van voetbal. De meesten voetbalden zelf. Wij waren zo lauw, dat we zonder te worden uitgelachen tot de zesde klas voetbalplaatjes konden kopen. En ze met elkaar konden ruilen op het schoolplein.

Wij maakten grapjes. Lauwe grapjes. Wij hadden humor. En altijd nieuwe muziek. En lauwe outfits. Evisushirts en regenboogvesten (zonder regenboogkleuren). Sparco’s, Asics en Nike Dunks (die hoge). Rozenkransen en een 256mb mp3-speler om je nek. De oordopjes pasten precies op je oren, als je met iemand stond te praten. Het zag er raar uit, maar toen kon dat nog. En als je iets deed wat eigenlijk niet kon, deden al gauw genoeg mensen je na. Zo was ik niet heel lang de enige die een veel te lauwe nepdiamant in z’n linkeroor had. Gelukkig maar.

Toen was ik vooral heel druk. Tamelijk uitzinnig, in mijn bewoordingen. Compleet losgeslagen, in de ogen van sommige leraren. Maar ik was gelukkig niet alleen. Er waren meer klasgenoten met een, hoe zeg je dat netjes (en zonder dat het lijkt alsof sommigen rijp waren voor het gesticht), vrije geest. Ik zal ze hier niet nader noemen. Ze lachen nu achter hun beeldscherm of boven hun mobiele telefoon, als ze dit lezen.

Wij waren echt heel lauw. Bijna warm, zo lauw.

De meeste leerkrachten konden dat wel waarderen. Een beetje tegenspraak. Meerdere clowntjes in de klas. Anderen konden die types wel achter het behang plakken. Of dood schieten. Meneer Zuidam was er zo eentje. Die man had niet zoveel humor. Hij was niet lauw. Hij was koud. IJskoud. En hij rook niet zo lekker. Daar kon hij niets aan doen. Wel aan het feit dat hij zelfgebreide truien droeg. Wel aan het feit dat hij karnemelk en koffie dronk. Zonder tussendoor Mentos of iets te eten. Het was onprettig praten met deze man. Het aroma kwam je tegemoet, ook als je op redelijke afstand bleef staan.

Hij had een ontzettende hekel aan mij. Ik moest altijd en overal alleen zitten. Vooraan. En niet vooraan in de zin van ‘vooraan’. Ik werd achter het schoolbord neergezet. En als ik er iets van zei, kreeg ik een 1 op mijn cijferlijst. Dat was ook zo als ik te laat was. En als ik m’n huiswerk niet gemaakt had. En als ik niet luisterde. De man mocht mij echt niet. Ik stond binnen één rapportperiode een 2,nogwat voor Nederlands. Want dat vak gaf hij.

En dat was ik voor dat vak niet gewend. Ik haalde er altijd hoge cijfers voor. Logisch. Ik ben namelijk niet langer bang om te worden uitgelachen, als ik zeg dat Nederlands mijn lievelingsvak was. Het is stiekem altijd mijn droom geweest om daar ‘iets’ mee te doen. Creatief schrijven. Spreken. Tussen het grappen maken en uitsloven voor meisjes door, was dat waar ik van dagdroomde op school. En dat heb ik eens tegen meneer Zuidam gezegd.

Daarom heb ik het lang vervelend gevonden, dat meneer Zuidam daarop de volgende woorden sprak: “Derek, jij wordt vuilnisman. Maar, dan wel de lolligste vuilnisman van de buurt!”. Wellicht weet niemand het meer, maar hij zei het in een volle klas. Ik denk dat we veertien jaar oud waren. Vijftien, hoogstens. Ik keek totaal niet op tegen die man, maar hij gaf wel Nederlands. En hij zei dit tegen mij. Achteraf bekeken, ben je op de middelbare school nog echt een kind. En dan maakt zo’n opmerking indruk.

Nederlands was mijn lievelingsvak.

Niets tegen vuilnismannen, maar meneer Zuidam was niet lauw. Iemands dromen belachelijk maken, moet strafbaar gesteld worden. Alleen verbitterde, zure mensen doen dat. Die gunnen niemand wat, om voor mij onbekende redenen. En een land kan makkelijk een tijdje zonder zulke mensen. Sluit ze maar op. En niet in Nederland. Stop ze in een Marokkaanse of Turkse cel. Daar leren ze van. Dromen wil zeggen, dat je ergens in gelooft. Dat je een doel hebt. En dat je er nog (lang) niet bent. En dat maakt onzeker. Want een droom, is nog geen overtuiging. En iedereen die de ermee samenhangende onzekerheid probeert te voeden, is gewoon vies.

Probeer nooit iemand te Zuidammen. Dat is gewoon niet lauw. En tegen de middelbare schoollezers wil ik zeggen: jij kunt worden wat je worden wil, welke vervelende leraar ook anders beweert. Ren als een pas ontsnapte aap over tafels in het CKV lokaal, sla nog te installeren TL buizen kapot als niemand kijkt, sluit de kantinejuffrouwen op in het hokje waar ze het eten voorbereiden, koer als een duif tijdens Geschiedenis (als je daar zin in hebt), trommel op tafels, spiek als je niet geleerd hebt en versier je Handvaardigheidjuf (als ze net zo knap is als de mijne vroeger). Daar ben je kind voor.

Haal ondertussen je voldoendes. En laat nooit iemand zeggen dat je iets niet kan.

0