Op onbewaakte ogenblikken blader ik weleens door de Bijbel. Vanmiddag ook weer. Ik kwam toen langs een verhaal, waar ik als klein jongetje diep van onder de indruk was. Ik kwam het tegen in het Nieuwe Testament, in het boek Lucas. Graag deel ik van Boek 10 de regels 25 tot en met 29 met jullie.

25 Er kwam een wetgeleerde die hem (Jezus) op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’

Ik vind dit best een redelijke vraag. Ik bedoel, wat moet je nou met zo’n term? ‘Naaste’. Lastig. Goed dat er eventjes iemand naar vraagt en dat iemand anders de tegenwoordigheid van geest had om het op te schrijven voor het nageslacht. Het antwoord is minstens even boeiend als de vraag. Dames en heren, Lucas 10, regels 30 tot en met 37:

30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Lang geleden, dit verhaal. Ik ben niet christelijk, maar ik vind het toch mooi. Ik vind dit zo’n verhaal waar je vandaag de dag nog iets mee kan. Er zit een heldere moraal in en daar ben ik wel fan van. Naasten helpen, uit de penarie. Niet met twee denarie, maar toch. Met alles wat je hebt, ook al is het niet veel. Jij kunt het verschil maken door je over een ander te ontfermen. Door rechtvaardigheid te betrachten. Door je nek uit te steken. Als je christelijk bent, staan daar heel veel tips voor in de Bijbel. En als je christelijk bent en toevallig opeens ergens de macht hebt, in een land of zo, kun je in theorie heel veel met die Bijbelse tips doen. Anderen helpen, vanuit je geloof. En je positie. Met verblijfsvergunningen of iets, ik noem maar een dwarsstraat.

Ik weet niet welke vertaling van de Bijbel onze christelijke ministervriend Leers thuis heeft, maar ik denk dat zijn exemplaar is bewerkt door een PVV’er. Leers heeft zich vandaag officieel de priester uit bovenstaande Bijbelpassage getoond, of de Leviet. Een passant. Iemand die schijt heeft aan een ander die in een benarde positie zit. Iemand die het verschil kan maken en dat niet eens naar Bijbelse, maar gewoon naar ethische maatstaven hoort te doen. Maar het niet doet.

Iemand waarvan ik hoop dat hij zichzelf recht in de spiegel kan kijken. Iemand van wie ik hoop dat hij ’s nachts lekker zal slapen. Iemand die zijn geloofwaardigheid compleet kwijt is. Een aanfluiting. En hij niet alleen. Alle leden van de Tweede Kamer die vandaag de moties omtrent Mauro hebben verworpen, dragen bij aan de diep trieste, keiharde, onrechtvaardige en racistische wind die in dit landje is gaan waaien. Nederland moet zich schamen. Ik schaam mij, als Nederlander. Ik schaam me kapot.

Buiten dat vertrouw ik door Leers net zoveel in de christelijke normen en waarden van het CDA, dan dat een atheïst in God gelooft. In Lucas praat men over de barmhartige Samaritaan, ik in de Tweede Kamer van een lafhartige Limburgiaan op Immigratie en Asiel. Gerd is gewoon Geert, maar dan spel je het als Gerd. Behandel uw naasten als uzelf, minister Leers. En uzelf als uw naasten, alstublieft. En donderstraal maar lekker op naar Angola, sinds u daar uw medelanders heen stuurt.

0