Ik ben heel goed in het plannen van huishoudelijke taken. Mijn voornemens vertalen in actief handelen, is echter een heel ander verhaal. Als ik door een volle agenda vooral buitenshuis opereer, schiet het huishouden er nogal eens bij in. Als ik mezelf opsluit om te leren voor tentamens en als holbewoner tussen mijn vier muren leef, heeft dit ook nogal zijn weerslag op het interieur.

Maar vlak voordat ik bezoek krijg, ontwaakt er een bepaalde kracht in mij. Een poetsdrang die zijn weerga niet kent, maakt zich van mij meester. Gelijk een aan smetvrees lijdende dwangneuroot, ga ik aan de slag. Vooral als ik weet, dat mijn moeder onderweg is.

Ik beheers het strijkinstrument beter dan André Rieu. Met chloor doe ik de huiselijke kunsten van Assepoester verbleken. Als Freddie Mercury in die Queen-clip neem ik de stofzuiger ter hand. Heel even heb ik het ruimtelijk inzicht van Jan des Bouvrie. Ik kijk en orden mijn post, alsof ik bij TPG werk. En niet staak. Alsof ik weet dat de Smaakpolitie binnen nu en tien minuten voor de deur staat, maak ik alles in orde. Tot alles op orde is. Daar word ik vrolijk van.

Ik draai. Kleurenwas. Ik was wit als wijlen Klaas Bruinsma en zwart als Jules Deelder. En net als je dacht dat alles af was, doe ik de afwas. Dreft treft doel. Ik heb geen vaatwasser nodig. Ik ben de keukenprins op het witte paard. Ik dweil met de ramen open, dan droogt de vloer sneller. Ik ben mijn eigen schoonmaakploeg.

Ik vul vuilniszakken met overbodige en dus niet meer nodige ballast. Het lucht op. M’n kamer ruikt naar de bloemenkraam op het Kruisplein. Beter zelfs. Alle stofdeeltjes zijn verdwenen. Alsof het nooit een klerezooi geweest is. Want zelfs m’n kleren liggen opgevouwen in de kledingkast. Alle spulletjes liggen op een logische plek, ik zie de vloer weer. Ik kan in een rechte lijn doorlopen naar m’n bed.

Ik kan heus wel opruimen. En schoonmaken. Wat respecteer ik mijn moeder op zulke middagen. Vroeger was alles beter. Als ik vieze kleding in de was gooide, hing het een paar dagen later weer schoon, gestreken en gevouwen in mijn kast. Pure magie.

Geen tijd om te mijmeren. Ik moet die gele handschoenen uit doen. En zelfvoldaan op de bank gaan zitten. Kijken. Leven in het moment. Het koesteren. Zuinig omgaan met de tot stand gekomen ambiance van rust en reinheid. Komt hier het spreekwoord ‘Er schoon genoeg van hebben’ vandaan? Ik krijg geen genoeg van schoon hoor. Ik ben de ideale schoonzoon na zo’n schoonmaakavontuur.

Kijk, later mag m’n vrouw natuurlijk alles doen. In d’r eentje. Bepaalde talenten moet je gewoon verzwijgen. Maar ik ben écht een goede huisvrouw!

0