Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vroeg mij om een gedicht te schrijven voor het Huis van Klokkenluiders, dat op 4 juli 2016 werd geopend in Utrecht. Onderstaand gedicht schreef ik en droeg ik tijdens deze opening voor. Het is goed dat er eindelijk één centraal orgaan is voor mensen die misstanden op hun werk signaleren!

WELKOM THUIS

Er is eigenlijk niet veel mis. Het zou anders kunnen maar het is… wat het is: m’n baan, m’n brood, m’n bestaan, m’n loon, m’n levenslijn… ’t Is geen rozengeur en maneschijn maar overal is weleens wat, hoe het zit? We zijn het allemaal weleens zat, je ziet wat en je hoort wat, ’t is niet hoe het hoort wat hier gebeurt, het kleurt de dagelijkse praktijk maar ik kijk liever weg, ik zeg liever niets, ik let liever op mij en zet alle nadelen van dit palet opzij.

Het gebeurt geraffineerd maar zonder enige gêne, interne praktijken komen niet naar buiten. Wie praat, zal het weten en dus is het beter om je mond ondanks open ogen te sluiten. Wegkijken is meedoen, ik weet het, maar ik maak me liever niet schuldig aan laster. De mantel der liefde staat ons allang niet meer; het boetekleed is inmiddels gepaster. Waar ik werk; men wast er z’n handen in “Ik weet van niets!” Iets in mij zwijgt niet, ik moet het vertellen, straks raak ik mezelf nog kwijt… Wat hier gebeurt is verre van ethisch, ook al ligt het minstens zo ver verwijderd van de illegaliteit.

Zo sprak ik tegen mezelf, piekerend ’s nachts. Dag in, dag uit werkzaam voor een hogere macht. Niet nader te noemen,  doet er verder niet toe: constant in conflict over hoe mijn geweten te sussen. Maakt ratio ruimte voor waanzin, maakt dat het moeilijk te rusten.

Zitten op een beerput is een dans op een vulkaan, in het oog van de orkaan; terwijl angst je wijsmaakt dat jij de geduldige bent. Dat je niet de dappere boodschapper maar als uit-de-school-klapper de schuldige bent.

Je zwoegt en je zwijgt…

Ken je dat gevoel, dat je niet op je plek bent? Dat je omgeving zó ziek is, dat jij denkt dat je gek bent? Dat het lek niet boven is, omdat jij bijna het lek bent en jij in de piramide maar al te goed je plek kent? Dat twijfel je splijt en tijdsbesef op bezoek komt… Dat het echt niet meer kan zo, je eigen toekomst telt even niet… Omdat het algemeen belang gaat vóór wat je ziet.

Ik meldde de misstanden, het werd een gevecht. Wie de waarheid opdient, krijgt het zwijgen opgelegd. Wie niet instemt maar zich uitspreekt, raakt vele privileges kwijt. Ja, ‘integriteit’ rijmt niet per toeval op ‘strijd’. De opluchting kwam niet, althans niet meteen. Alsof het gewicht van de steen op m’n maag niet verdween.

Verzet is in het moment vaak een daad van verraad, pas achteraf ben je een held. Pas nadat je je tanden liet zien en aan de kaak hebt gesteld wat niet hoorde… Maar op het moment van verwoorden, zoek je steun en tast je gelijk een blinde. Jouw kop moet rollen, men kan je bloed wel drinken. Een muur van ellende, is vaak waar je op stuit… Als jij om vijf voor twaalf de klok hebt geluid.

Maar nu… Is er een eenduidig antwoord op “Wie gaat me geloven?” Voor de hedendaagse Multatuli of Edward Snowden. Voor mensen die dagelijks onrechtvaardigheid zien. Een plek om te praten, als het moet anoniem. Voor advies en een schouder, een luisterend oor. Een deur zonder drempel, een duidelijk spoor. Voor wie de bellen doet rinkelen, wat een geluid.

Het huis voor klokkenluiders: welkom thuis.