Mijn oer-Hollandse oma draagt een kapje, als het regent. Vroeger droeg ook zij weleens een hoofddoek. Zonder enige motivatie, maar gewoon. Dat was normaal, toen. Nu is het ouderwets en achterlijk om zo’n ding om te doen. Volledig achterhaald. Een teken van onderdrukking ook, dacht ik. Maar het dragen van de hoofddoek schijnt een vrije keuze te zijn. Ik las het van de week, in de Metro van donderdag 17 november 2011. “Hoofddoek is wél een keuze,” stond er in koeienletters ergens in het middenkatern van de krant. De titel werkte in eerste instantie op mijn lachspieren. Meteen daarna deed de tekst van het artikel mij beseffen hoe tragisch het gesteld is met de publieke opinie omtrent dit onderwerp, in ons mooie land en de landen om ons heen.

In het artikel kwam Jan Knaap aan het woord. Hij is initiatiefnemer van het Hoofdboek. Een project waarin meiden met een hoofddoek centraal staan en kennis omtrent hun soms fel bekritiseerde kledingstuk en de achterliggende motivatie het te dragen aan Nederland overdragen. Een goed initiatief, maar de kennelijke noodzakelijkheid ervan vind ik diep triest.

Ik heb nog nooit een dame met een hoofddoek gesproken die onderdrukt overkwam. Ik heb als motivatie voor het dragen van een hoofddoek nog nooit ‘omverwerping van de Nederlandse staat’ of ‘protest tegen de Westerse waarden’ gehoord. Ik ken geen behoofddoekte moslima’s die door hun vader, broers, neven of echtgenoten in elkaar getrapt worden als ze besluiten het doekje niet te dragen. Toch lijken deze misvattingen de heersende opvatting in Nederland te beheersen.

Waar de minirok, het zomerjurkje, de linnen broek, piercings en tattoo’s hier wijd geaccepteerd zijn en onder de selectieve en suggestieve noemer van vrijheid vallen, is het de hoofddoek die als teken van onderdrukking en vrouwonvriendelijkheid gezien wordt. De ene vrijheid is de andere niet, zullen we maar zeggen. Meer dan eens ben ik getuige van misplaatst medelijden dat ‘vrije’ mensen uiten bij het zien van een bedekte moslima: “Ach, kijk nou. Dat meisje. Wat zonde hè, van zo’n knappe meid?” Er wordt ook heel wat afgekankerd op de vrouwen die het kledingstuk dragen. Lees maar. Dit soort zaken roept bij mij hetzelfde gevoel op als het aangehaalde krantenartikel. Zo’n gevoel van: “Serieus?!”

Vrouwen met een hoofddoek zijn gewoon vrouwen. Met een hoofddoek. De term ‘hoofddoek’ is dus ook niet de soortnaam van deze vrouwen, maar slechts de benaming van het kledingstuk dat zij veelal vrijwillig dragen. Vanwege achterliggende gevoelens en gedachten die deze vrouwen hebben bij de Islamitische voorschriften op het punt van uiterlijk vertoon. Binnen de Islam wordt het dragen van de doek als kuis gezien, het is verplicht. Voor mannen gelden in de Islam overigens soortgelijke wetten. Het is niet zo dat het mannen in de Islam vrij staat om vrij en blij te vrijen met wie ze maar willen. De ‘ongelijkheid’ tussen man en vrouw binnen dit geloof, is een door de media gevoed en uitvergroot misverstand. Daarom vind ik het Hoofdboek ook een goed initiatief, alleen vind ik het jammer dat dit van vrouwen met een hoofddoek weer een of andere aparte groep maakt.

Het dragen van een hoofddoek maakt een vrouw namelijk niet per definitie tot een heldin of zo. Vrouwen met een hoofddoek zijn gewoon vrouwen. Met een hoofddoek. Het overgrote deel studeert, werkt en beschikt over een sociaal leven. Ze vormen een uiterst diverse groep binnen onze samenleving. Ook zo’n debiel fenomeen is namelijk, dat één individu van een groep die ‘anders’ is meteen model staat voor die specifieke groep. Er zijn zoveel verschillen als dat er mensen zijn, meer zelfs. De hele indeling in ‘groepen’ is dus als een totaal kansloos concept an sich.

Vrouwen met een hoofddoek zijn ook maar gewoon mensen. En echt, vaak praten ze ook perfect Nederlands. Veelal mooier dan ik dat zelf doe, ik heb het zelf telkenmale gehoord. Ik communiceer namelijk met mijn behoofddoekte medemens. Ik schrijf dit stuk dan ook vanuit mijn eigen ervaring en ik vraag me af het gros van de mensen die zich mengen in de discussie over de hoofddoek me dat na kan zeggen. Ook dat vind ik vaak frustrerend.

Waarom staat een kledingstuk dat in een andere religie van onschatbare waarde is, hier gelijk aan alles wat vies en lelijk is? Ik zou ook wel een punt willen maken van (net wat te dikke) mannen in skinny jeans en zonnebankbruine vrouwen met witte linnen broeken die minder geheimen verhullen dan mij lief is. Dat dezelfde categorie ’s zomers topless zont op plaatsen waar je het niet verwacht zit mij ook dwars, maar ach: we leven in Nederland. Zelf bepalen wat je aandoet, valt onder onze zuurverdiende vrijheid. Voor (de selectieve uitleg van) dat laatste begrip is er zelfs een partij opgericht!

Ik ga niet ontkennen dat er meisjes zijn die gedwongen worden om een hoofddoek te dragen. Dat zou naïef zijn. Stellen dat elk meisje dat het lapje stof draagt automatisch volledig volgens de regels van de Islam leeft, zou van nog minder realiteitszin getuigen. Voor beide dingen geldt echter dat dit gaat over wat moslims doen en niet over wat de Islam voorschrijft. Moslims en de Islam zijn nauw met elkaar verbonden, maar het zijn verre van synoniemen van elkaar.

De discussies over de niqab en de burqa staan los van dit stuk, maar ons kopzorgen maken over de hijab? Dat vind ik pas ècht geen gezicht. Power to the hijab (en de vrouwen die ‘m willen dragen terwijl ze naar de eraan verbonden normen en waarden proberen te leven).

0