Iedereen vindt haar mooi, iedereen vindt haar prachtig. Ik ook. Dat is ze ook gewoon. Subjectief en objectief. En daar is eigenlijk alles mee gezegd, voor iedereen. Zij is het mooiste meisje van de klas, de school, de straat en de buurt. Niets minder, niets meer.

Andere meisjes moeten haar niet, omdat ze altijd alle aandacht op zich weet te vestigen. Per ongeluk, meestal. Ze kan er niets aan doen dat de meeste mannen in haar aanwezigheid veranderen in slaafse neanderthalers die na gemaakt galant gedrag vaak veel minder eervolle dingen voorstellen dan het betalen van een drankje. Alsof ze niet meer is dan een knap koppie op een lichaam vol luxeproblemen.

Alsof ze niet meer is dan ‘geváárlijk’. Alsof zij niet meer is dan een magneet voor vlugge jongens met mooie praatjes en snel geld. Alsof ze niet meer is dan een -letterlijk- lekker ding, een lustobject. Alsof zij niet op zoek is naar een oprechte, attente en betrouwbare jongeman. Alsof zij niet wil weten wat echte liefde is. Liefde. Ze kent het woord, maar niet de inhoud van dat begrip.

Liefde zocht ze thuis, bij pa en ma. Ze vond het niet. Nooit vond ze interesse, geborgenheid en veiligheid. Nooit was er iemand trots, nooit deed ze iets goed. Liefde zocht ze bij vriendinnen, vaak al even tevergeefs. Liefde zocht ze bij haar eerste liefde, waarbij ze enkel bedrog en hartzeer vond. Liefde zocht ze, eindeloos. Tot ze er uiteindelijk mee stopte.

Ze kreeg schoppen van het leven, ze trof enkel boeren en hartenbrekers. Zij was wat de wereld van haar gemaakt had, zij was mooi. Alleen maar mooi. Het kon niet anders. Mooi zijn, dat was het vertrekpunt. En de eindbestemming. Het uitgangspunt, tot en met vandaag.

Geleefd is ze, getekend is ze. Ze is vergeten wat haar hobby’s zijn, ze is haar dromen kwijt. Diep, heel diep van binnen, heeft ze beiden nog. Maar er is toch niemand in geïnteresseerd. Vroeger thuis niet, later in de grote mensenwereld niet en nu, waar dat dan ook mag zijn, ook niet. Niemand. Haar zelfrespect en eigenwaarde bevinden zich ergens onder haar schoenzolen, maar ze lacht. Daar is goed in, lachen. Aandacht vangen. Lachen, acteren. Precies datgene doen waarvan het leven haar heeft laten denken, dat het hoort. Het enige waar ze goed in is. Acteren.

Niemand kijkt door haar uiterlijke vertoon heen, gemeend en serieus. Ze voelt zich verloren. Vandaar dat ze elke goeie jongen die ze tegenkomt, negeert. Niet omdat ze zo gemeen is, maar omdat zulke jongens in haar ogen klinkklare onzin praten wanneer ze zeggen dat ze haar leuk vinden om haar inhoud. Dat ze daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in wie ze is. In wat ze doet en waarom ze dat dan doet. Waar ze vandaan komt en waar ze heen wenst te gaan. Ze gelooft ze niet, al zou ze willen. Alsof ze het zichzelf niet gunt.

Haar schoonheid is een feit van algemene bekendheid, haar verworven ‘status’ een publiek geheim. Haar eigenlijke verdriet ligt diep verscholen. Van binnen is ze onrustig, onzeker en eigenlijk diep ongelukkig. Om die triestheid te omzeilen, neemt ze alles aan wat ook maar lijkt op liefde. En ondertussen is ze mooi. Alleen maar mooi.

Buiten is binnen niet, hoe het lijkt is zelden wat het is of was. Buiten is binnen niet, vaak zelfs niet bij het mooiste meisje van de klas.

0