De gemeente Rotterdam vroeg me voor een bijeenkomst over de toekomstvisie voor de stad om een gedicht te schrijven over onze stad in 2030. Daar kwam onderstaande spoken word uit voort. Als u de tekst kopieert en de dik gedrukte kopjes weghaalt, blijft er een precies aantal woorden over. Juist ja, 2030 in totaal.

ROTTERDAM 2030

Goedemorgen, Rotterdam, het is 7 april 2030 en ik ontwaak net in m’n gewone kloffie. Wakker worden met mij, dat gaat niet. Zonder koppie koffie. Glaasje water d’r bij, kommetje muesli of een cracker. Niet omdat er geen brood is, want het gaat eigenlijk… Best lekker.

Kunst en cultuur
Ik bedoel. Ik ben ZZP’er in het culturele domein en wij zijn vreemde mensen. Hart voor de kunst, hart voor de stad, grote dromen, vele wensen: eerlijke kansen, een lokale overheid die over de brug… Komt met ruimte om te ondernemen, met zo af en toe een steuntje in de rug. Niet door het blind subsidiëren van vage projectplannen, van tien hoofdstukken lang maar door een directe… Kijk op zaken, de banden versterkt. Met lokale voorlopers die weten wat werkt. Er gaan inmiddels allang geen bakken met geld, meer naar the usual suspects, hoe het reilt en zeilt in onze stad, wordt tegenwoordig van onderaf… Geïnitieerd. En waar het kan van bovenaf gefaciliteerd.

Door een actief en aanwezig orgaan. Mensen die met beide benen in de maatschappij staan. Ze kennen het culturele veld, van opkomende artiesten tot grote manifestaties. Kennen de raakvlakken van kunst met ondernemerschap en educatie. Geen ons-kent-ons-cultuurtje meer, niet de bekende lijnen. Maar eerlijke kansen en toegankelijke potjes, geen ambitieuze en creatieve ideeën die al gauw weer verdwijnen in administratieve rompslop, niet te geloven. Dat we dat in het verleden toelieten, het vooraf al doven van het oprechte en hoognodige vuur van enthousiasme in onze stad. Wat ben ik blij dat we die tijd hebben gehad.

De betrokken creatieveling wordt bovendien uitgedaagd. Om mee te denken over de toekomst, zijn of haar werk is gelaagd. Niet alleen inhoudelijk, waar het voor een kunstenaar allemaal begint. Meer nog omdat de achterban van zijn of haar werk zich in alle lagen van de samenleving bevindt. Zoals dat voor iedere branche eigenlijk geldt: de gemeente neemt belangrijke beslissing nooit meer zonder advies van mensen uit het veld.

Jongeren
Ik bedoel: een groot deel van Rotterdam is vandaag de dag nog steeds STRAAT. Ook een onderdeel waar de gemeente over gaat. Niet alleen over de stoep, straattegels en stenen. Nee, de gemeente zit ook heel dicht op degenen die al die straten bevolken: jongeren die hun best doen of het verkeerde pad volgen. De eerste groep krijgt alle kansen, daar staat budget voor opzij. Lukt het niet, helpt de gemeente met het zoeken naar een plek in de maatschappij voor een stage, een bijbaan, een passende plaats. Voor zelfontwikkeling en -ontplooiing, geen pas op de plaats maar een uitgestoken hand. Rotterdam als voorbeeld voor de rest van het land.

Hier stimuleert de overheid jongeren die een stapje harder willen lopen, ondanks obstakels en horden. De nieuwe kijk op vraagstukken luidt: begrijpen, in plaats van begrepen willen worden. De gemeente werkt nauw samen met experts op ieder gebied, niet heel lang nog, ongeveer sinds 2015 want TOEN… Besloot men ook eens te kijken naar jongeren die het WEL heel erg goed doen. Het onderwijs werd gestimuleerd om jongeren nóg degelijker voor te bereiden. Op een toekomst die bij ze past, door naar zichzelf te kijken. Door de menselijkheid terug in de lokalen te brengen. En de ervaring van docenten voldoende te mengen met gepassioneerde mensen uit verschillende hoeken. Om scholieren en studenten te inspireren en ze zo te helpen zoeken naar wat werkelijk bij ze past. Vaarwel studievertraging en schuldenlast. Rotterdam is een stad van heldere doelen en groot dromen. Aantrekkelijk voor jonge ouders om in te blijven wonen, hier springt de gemeente voor de toekomst van onze kinderen in de bres: bovendien hebben zij hier reële kansen op succes.

Die andere groep wordt niet als troep beschouwd, maar als jongvolwassenen die wat later komen. Tot de juiste keuzes, doelen en dromen. Zoals het al tig jaar gaat wordt vroegtijdig schoolverlaten voorkomen en bij probleemjongens en –meisjes die flink doorstomen op het slechte in plaats van het rechte pad, wordt geregeld dat we de achterliggende verhalen kennen. Dat er aan de slag gegaan wordt met een vangnet en verschillende rolmodellen. Aanpakken waar nodig, onderweg naar perspectief. Maar behalve politie en justitie wordt er ook positief naar alternatieven gezocht voor het rechte pad met flauwe bochten, donkere krochten, hier verstaan we de kunst van ondanks alles en iedereen verbinden. Kleinschalig en intensief helpen we juist moeilijke jongeren met een toekomst vinden. Ook zij die zich bevinden in moeilijke wijken, wij kijken verder dan de statistiek. Wij erkennen en verkennen de meervoudige, nog altijd brede problematiek.

Ondernemerschap
Problematisch is er genoeg, we wensen de stad alle goeds maar lang niet alles gaat altijd goed. Dat is niet erg, eerder normaal, maar klauwen uit de mouwen is nog steeds onze moraal en die eeuwige werklust onze fundering. Ook nu, in 2030, zetten wij -superpoëtisch!- de tering naar de nering. De gemeente steunt niet zo zeer, wie dat zelf probeert, ik bedoel: de ondernemer die innoveert en doorzet, ziet kansen en is niet vies van wat risico hier en daar. MAAR: de bureaucratische papierwinkel gooide voorheen vaak roet in het eten. Als ondernemer moest je alles tot in de puntjes weten. Tot aan de puntjes, beter gezegd, want de kleine lettertjes braken je echt, van een regeling hier tot vergunninkje daar, waar verordeningen en meer van zulks veel te vaak de weg konden versperren. Het kostte ondernemers geld, motivatie en tijd. Voor de kern.

In 2030 is dat veel beter, het is iedereen helder waar het op staat. Voor de bakker, de slager, de avondwinkel en kapper is de overheid niet meer een log en traag apparaat. Ik bedoel: horeca en winkeliers worden ontzien. Door 1-op-1-contact met een overheidsmedewerker en bovendien praktische hulp bij alle papieren. In de werkstad worden werkers geholpen op alle manieren. Het voordeel van de twijfel en alle geduld. En bonuspunten voor de ondernemer die maatschappelijke functies vervult want er is werk aan de winkel, voor iedereen die zaait. Op wiens oogst onze stad toch grotendeels draait. Ach, 2016, er gaat nogal wat anders dan toen. We beseffen samen: praten is prettig maar… Er is genoeg TE DOEN.

Ouderen
Zo is er veel aandacht voor wie dingen DEDEN. Ik bedoel. De ouderen hier, in een latere bloei van hun leven. Zij krijgen de aandacht die ze verdienen, met goede zorg en leuke initiatieven. Vrij reizen, dat blijft, voor de mensen die kiezen. Anders dan hun haar misschien, het contact met de stad niet te verliezen. De mensen die de stad droegen en bouwden, die middenin het leven staan, willen wij in ons midden houden. Want de jeugd heeft de toekomst en dat hoor je het meest. Maar zonder ouderen was die toekomst nooit mogelijk geweest. Wij waarborgen zorg, elders of aan huis. Rotterdam is ook voor senioren een thuis. Het levert niets op voor wie puur financieel kijkt maar wie met z’n hart denkt, ontdekt dat het essentieel blijkt dat we de generaties voor ons blijven betrekken. En daarom subsidiëren we juist die plekken waar ouderen samen kunnen komen voor even laagdrempelige als broodnodige gezelligheid, waar ze zich kunnen amuseren. De geraniums zijn geen optie en we laten die mensen niet in hangouderen transformeren.

Diversiteit
Over transformeren gesproken: de mensen veranderen en de stad verandert mee. Of net andersom, in werk of privé krijgen we steeds vaker te maken. Met mensen wiens achtergronden niet per se raken aan de onze, we fronsten voorheen meer dan eens de wenkbrauwen. Wilden ‘ANDERE MENSEN’ onopvallend wegdouwen en konden verschillende levensovertuigingen soms lastig waarderen. We zijn er nog steeds niet maar we hebben leren accepteren dat het echt niet anders gaat. Omdat de meerderheid inmiddels uit een minderheid bestaat.

We weten meer van elkaar, althans, dat geldt voor de meesten. Ik bedoel: in de klas van mijn kinderen vieren kinderen elkaars feesten. Cultureel en religieus zijn we breed onderlegd. En het helpt ook best wel als een overheid niet zegt, dat de een tweederangs is en de ander superieur. De Rotterdammer van nu heeft niet enkel één kleur en het is ook prettig dat we verplichting elkaar te MOETEN mogen hebben laten gaan. Inmiddels weten we van elkaar waar we staan. We leven en laten leven, geven elkaar de ruimte en in het dagelijks verkeer is iedereen gelijk. Er wordt gekeken naar inhoud, discriminatie is verleden tijd. Rotterdam is het toonbeeld, de nationale trots. Wij namen succesvol onze vluchtelingen op. Ze drijven ondernemingen, studeren en hebben een baan. Geen afkomst maar toekomst, we besloten samen te gaan voor een betere stad en verbeterden dat-gene waar de rest van Nederland te lang in is blijven hangen: het stilzwijgende wantrouwen en verlammende bange.

Topposities in de stad zijn niet langer exclusief en worden steeds vaker ook door vrouwen gepakt. En door ALLOCHTONEN, al is dat woord afgeschaft. Ja, de woorden allochtoon en autochtoon zijn in 2030 afgeschaft, op een gegeven moment zul je wel moeten. Gebruik je ze toch, komt stadstoezicht. Met een boete. Met -alweer- kleinschalige projecten kreeg iedereen een stem. Het werd opnieuw gemeengoed elkaar te groeten in de tram. Het aanbod van theaters werd flink gedifferentieerd, aantrekkelijke taalcursussen werden gegeven. Tot het punt dat taalbarrières verdwenen. Groen-wit-groen is de driekleur die ons allemaal verbindt. Geen ZIJ, alleen maar WIJ nog, omdat het daar begint: gelijkheid, wie je ook bent en waar je ook voor staat. In Rotterdam weten we dat vrijheid zonder gelijkheid niet bestaat.

Werk en inkomen
Niet alles is rooskleurig in deze veel te vlugge tijd. Ik bedoel: met te veel digitalisering raken sommigen het overzicht kwijt. Eenzaamheid is een probleem, we zijn superindividueel. En voor mensen zonder inkomen, is alles soms te veel. De zorgstaat is verleden tijd, het was fraudegevoelig en ook verder was er zat mee mis: maar dat wil niet zeggen dat Rotterdam op bepaalde punten geen zorgenstad meer is. Een overheid kan ook maar zo veel, ze kan niet alles dragen. En er komt ook een punt waarop je een samenleving niet veel meer kunt vragen. Gelukkig weet men hier dat je naastenliefde niet kunt verplichten. Maar kunnen we voor vrijwilligers wel proactief wat lasten verlichten. Verder verdienen we bakken met geld, door onze diensten en de haven. Via nieuwe modellen is het voor grote bedrijven aantrekkelijker om financieel bij te dragen aan allerhande projecten, maatwerk in de buurt, waarin wordt gestuurd op omscholing en re-integratie. Praktische zaken als netwerk-workshops en goeie sollicitaties.

Werklozen zijn geen werklozen meer, dat was ook één van die tendensen. Werklozen zijn tegenwoordig werkloze MENSEN. Geen lastige nummers meer, dat is ongepast. En papierprikken voor deze stadgenoten, schaften we af. Er kwam passend vrijwilligerswerk voor wie moeite had… Met het vinden van werk, men wordt niet langer dubbel gestraft. Er wordt oprecht geïnvesteerd in wie heus wel wil maar even niets kan ambiëren. En er wordt keihard opgetreden tegen mensen een achterstandspositie acteren.

Streng maar rechtvaardig, rechtlijnig met gevoel. Een schouder voor wie echt niet kan maar altijd met één doel: bijdragen, niet per se financieel. Maar vanuit ervaring of expertise, ieder doet z’n deel. Het collectief telt niet alleen, al help je zo de stad wel voeden: bijdragen komt ook jezelf en zelfbeeld ten goede.

Overig
En verder: in 2030 is het bouwen even klaar. We kijken meer naar leegstand en dus gaan we dáár veel creatiever mee om. Kunstenaars of studenten kunnen er mooi wonen, er geen gebruik van maken is stom. We verdwalen niet langer in onduidelijke plannen, bestuurlijke taal en wazige projecten sinds we de kracht van een transparante lokale overheid ontdekten. Lokale helden eren we en waar sommigen main stream zijn. Staan we juist stil bij zorg en onderwijs, waar de helden vaak anoniem zijn. Rotterdam is groener en gezonder, sport staat bovenaan. Net als Feyenoord in de Eredivisie van 2030 of -ik kom uit West hè!- misschien zien we Sparta daar dan weer eens staan. Lokale kunst wordt gewaardeerd, kunstenaars zijn immers de beste exportproducten die er zijn. Ze maken reclame voor de stad en dus verdient hun werk een plek op menig straathoek, gevel of plein. Behalve dat plein voor het Centraal Station, ik houd van de ruimte die het heeft. Blij dat we die gouden ballendiscussie in 2015 hebben overleefd!

Tijd om te douchen, laat 2060 ook maar komen. Bedankt voor jullie aandacht voor m’n dichterlijke dromen.

0