Mensen vroegen me weleens: “Derek, snurk jij in je slaap?”

Meestal antwoordde ik dan met: “Ik weet niet, ik slaap meestal als ik slaap. Als ik wakker ben, snurk ik in ieder geval niet.”

Men keek me dan altijd wat glazig aan. Ik keek dan net zo glazig terug. Heel lang, tot ik gewonnen had omdat de vragende partij als eerst knipperde met de ogen. Domme vragen, domme antwoorden. Sinds kort kan ik echter iedereen recht in de ogen aankijken en eerlijk antwoord geven op prangende vragen omtrent mijn nachtelijk gedrag.

Ja, ik snurk. Met ziel en zaligheid, voor volk en vaderland.

In het verleden zeiden vrienden het al eerder tegen mij, na pyjamaparty’s of vakanties in het buitenland. “Jij snurkt echt hard man,” hoorde ik dan. Ik geloofde ze nooit. Cowboyverhalen, dacht ik. Opgeklopt en aangedikt. Tot ik vannacht voor het eerst in mijn leven een omgekeerde remslaap mocht beleven. Zo eentje waarbij je hoofd eerder wakker lijkt te zijn dan de rest van je lichaam. Ik schrok me kapot, vanuit auditief oogpunt. Grappige combinatie trouwens, auditief oogpunt. Laat maar.

Ik maak in ieder geval het geluid van een Harley Davidson, als ik diep slaap. Ik ronk, ik ratel. Ik zaag. Old school, met de hand. Langzaam, maar zeer zeker. Echt, zagen hè. Vol overgave. Ik verander de rimboe in een toendra, zonder te kijken. Want ik slaap met mijn ogen dicht, dat dan weer wel. Ik lijk wel een telefoon op trilstand. De telefoon van iemand die weigert om de telefoon op te nemen wanneer die lastige ex die niet weet wat ‘stoppen met bellen’ betekent, niet stopt met bellen. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz.

Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz. Bzzzz.

Echt hoor. Verschrikkelijk moet het zijn, voor mijn omgeving. Ik heb er zelf geen seconde last van. Sterker nog, ik heb ontdekt dat ik er trots op ben. Ik snurk per ongeluk, maar als ik een keuze had, zou ik het ook expres doen. Snurken is namelijk prachtig, haar schoonheid ligt in haar combinatie tussen volkomen eenvoud en onbegrepen elegantie. Het snurkgeluid is ondergewaardeerd en te vaak onterecht vervloekt. Mooi snurken is niet lelijk. Wat nachtegaaltjes doen heet oorspronkelijk ook snurken. Alleen omdat het wat hoger en misschien iets zuiverder klonk, is men het zingen gaan noemen. Terwijl dat andere een veel mooier woord is, gewoon.

Snurken.

En laten we niet vergeten dat de snurker niet expres snurkt hè. Even serieus. We kunnen er niets aan doen. Toch moeten wij het gezeur, gezeik en gezanik van de niet-snurker aanhoren. Altijd. Overal. Ben je net lekker wakker aan het worden, lig je op je gemak nog even na te smakken en je uit te rekken, krijg je alweer allerlei verwijten naar je hoofd. Onterecht. “Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan,” hoor je dan.

Ik vraag me altijd af waarom er mensen zijn die ’s nachts geen oog dicht doen. Dat klinkt namelijk als een vrije keuze. Als een prestatie waar je trots op moet zijn. “Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan hè,” zo van: “Je raad nooit wat ik vannacht gedaan heb. Ik heb de hele nacht tenminste één oog open gehad, constant. Ha!” Maar nee, zo bedoelt men het niet. Men bedoelt met die vervelende opmerking een valselijk verband te leggen tussen omgevingsgeluiden en oogleden.

Alsof het feit dat de niet-snurker geen oog dicht heeft gedaan, te maken heeft met het geluid dat jij als snurker voortbrengt. Het is de eigen keuze van elke niet-snurker om de ogen al dan niet te sluiten, hoor. Doe jij dat als niet-snurker niet, tsja. Dan minimaliseer je de kans dat je in slaap valt zelf ook wel een beetje hè! Nee, alles ligt aan het gesmak en gegrom van de snurker. Alsof je met snurken een misdaad pleegt.

Nou, snurken is geen misdaad. En al was het een misdaad, dan is deze gepleegd in totale mentale afwezigheid. Of is er ooit iemand toerekeningsvatbaar geweest gedurende de nachtrust? Ik dacht het niet. Stop daarom met je verdachtmakingen, niet-snurker. Stop met het projecteren van je eigen dieper liggende issues op je onschuldige slachtoffers, roofdier. Want dat is wat je doet en je weet het. Snurken is een grondrecht.

Wie snurkt, slaapt gewoon pas echt. Echt waar. Als snurken een slogan had, was het: “Snurken, da’s pas slapen.” Ik weet het zeker. Laat je daarom niet van de wijs brengen, snurker. Laat ze je geen spraytjes, beugels of operaties aanpraten. Nooit! Onze nachtelijke activiteit is een ambt, een talent, een voorrecht, een zegen! Voor ons.

Ik ben blij dat ik niet praat in mijn slaap, of een eindje ga wandelen. Wandelen met je ogen dicht is natuurlijk zonde van het uitzicht tijdens je wandeling. Ik ben ook blij dat ik niet kwijl in mijn slaap. Dat is pas vies. Snurken is schoon, in woord en daad. Respecteer de snurker, koop oordopjes. Of ga gewoon lekker op het balkon slapen. Of voor de deur, op de stoep. Of bij de nachtopvang van het Leger Des Heils. Keus zat, zeikerds.

Ik snurk. Jij niet. Ik slaap. Jij niet. Door mij, maar hé: welterusten.