Flikker op man, Arie is cool. Lang heb ik mij groen en geel geërgerd aan onze Markense Boom, maar ik ben om. Helemaal om. Of over, eigenlijk. Over de streep. En ik spreek me uit, met deze tekst. Ik ben fan van Arie Boomsma. En ik kan het onderbouwen.

Tegenwoordig  is iedereen namelijk maar hard tegen elkaar, zo lijkt het. Alles is doorgaans gericht op het zo snel mogelijk eenzijdig benoemen van problemen. Als die helder zijn, is het zaak om er zo snel mogelijk schuldigen voor aan te wijzen. Mensen labelen is een volkssport geworden. Over elkaar praten, in plaats van met elkaar. Dat is de norm. Reflectie is overbodig en bezinning is ouderwets. De vrijheid van meningsuiting wordt steeds vaker misbruikt om bewust grof en denigrerend te zijn. Kwetsen. Het mag, dus het kan, dus het moet. In elke discussie, groot of klein, is de vorm belangrijker dan de inhoud. Elk heilig huisje moet omver en dan het liefst met zoveel mogelijk verbaal geweld. Ik ben het beu. Helemaal beu.

Zelf laat ik mij niet zo gauw meer uit de tent lokken. Ik laat me ook niet in een hokje plaatsen, ik heb immers mijn tent al. En aan hokjes heb ik sowieso een hekel. Ik kom er alleen als ik een broek moet passen en zelfs dan wil ik er zo snel mogelijk weer uit. Er zijn mensen die hetzelfde hebben, maar het merendeel van onze maatschappij ziet het liever anders. Sla de kranten er maar op na. Bezoek maar eens een paar nieuwssites of zap eens langs wat actualiteitenprogramma’s. Zo’n beetje elke Bekende Nederlander maakt zich er schuldig aan, aan dat hokjes denken. Om nog maar te zwijgen over de grijze en op internet vaak anonieme massa. Maar ik ben positief, ik zoek naar lichtpuntjes. En nu heb ik er weer eentje.

Ik herken mezelf in Arie. Natuurlijk, hij is bekender. En knapper. En breder. Maar hij heeft ook een baard en zet zich in voor de goede zaak. Voor acceptatie, wederzijds respect, openheid van debat, medemenselijkheid, liefde en geloof. En meer van dat soort tegenwoordig zo impopulaire begrippen. Hij heeft ook een baard. En die staat hem potdomme netjes ook. Ik noem hem het liefst een newschool hippie, iemand met een rotsvast vertrouwen in betere tijden. In een mooiere wereld. Net als ik.

En ik geloofde hem nooit, aanvankelijk. Meer dan eens verkeerde ik in vrouwelijk gezelschap, als Arie op de televisie kwam. Menig gesprek is op zo’n moment bruut teneinde gekomen, puur en alleen omdat onze goedlachse en welbespraakte überhunk plotsklaps van het beeldscherm spatte. Ik mocht hem dus niet. Alleen daarom. Ik was ook sceptisch tot en met. Logisch. Als echte sexy BN’er, moest Arie er in mijn optiek zeker een stuk of dertig vriendinnetjes op nahouden. In alle soorten en maten. Arie moest wel helemaal los gaan in het weekend. Arie was een undercover rockstar, een thrillseeker, een keiharde snuivert ook. Iemand die de rush nodig had, simpelweg omdat hij zo bekend is. Omdat het kan, zeg maar.

Ik zag Arie in een veel te dikke, op zijn lengte afgestelde Porsche Cayenne over de snelweg scheuren. Terug naar huis nadat hij in Amsterdam met vier verschillende pillen in z’n mik en zeven soorten whiskey in z’n bloed, helemaal doorgetript uit een supermegahippe club getrapt was. Nog steeds sky high en straalbezopen, met een vaart van zo’n 180 kilometer per uur, zag ik hem aan de verkeerde kant van de snelweg slingeren. Met F*ck Da Police van NWA door de speakers en Andries Knevel op handsfree. Dat die de tering kon krijgen, met z’n eeuwige gezeur over homoseksualiteit. Ik hoorde het ook, in gedachten. Een bulderende Arie, tegen de immer correcte en intellectuele Knevel: “Wie gaat mij vervangen dan? Tijs? Van den Brink? Wahaha, nee, dat gaat de kijkcijfers helpen. Laat me toch niet lachen joh, pedante eikel. Ik ga zo de tunnel in, dus ik hoor je niet meer. En als je me zo terug wil bellen, dat kan niet. Ik ga een nieuwe tattoo laten zetten. Jouw kop, op m’n linkerbil. Daarna slaap ik m’n roes uit, tussen Katinka en Stacey in. Later, Andries! Massol!”

Ik zat ernaast. Niet in die Porsche, maar in mijn beeldvorming.

Ik ken ondertussen namelijk verschillende interviews met Arie. Openhartige, eerlijke vraaggesprekken. Arie is meer dan eens kwetsbaar, zacht en bovenal, authentiek. Arie moet helemaal niets hebben van de glitter en de glamour. Arie houdt van zijn moeder, Arie draagt wollen truien. Arie is monogaam en diep gelovig. Arie is puur. Arie rijdt in een Fiat Panda, met zo’n knikkend hondje op de hoedenplank. Hij luistert naar vioolmuziek, onderweg naar werk. Arie is altijd in voor een goed gesprek of een beter boek. Arie is emotie. Arie is een mensenmens, vechtend voor verbetering van de manier waarop wij tegenwoordig met elkaar omgaan. Arie raakt je, omdat Arie een baas is.

Idolen heb ik niet. Maar Arie, jij bent mijn held. Een stukje hoop. Een lichtend voorbeeld. Inspiratie. Ik wil niet een hokje, ik zit lekker in m’n tent dus ik zit ook niet in een kast waar ik uit moet. Al zou deze tekst haast anders doen vermoeden. Ik ben straight. Als in heteroseksueel én recht voor de raap. En ik respecteer jou. Ik meen het uit de grond van m’n hart. Het spijt me dat ik je ooit zo verkeerd in heb geschat. In elke discussie die ik nog zal krijgen over wie je bent en wat je doet, neem ik het voor je op. Dat beloof ik plechtig. Jij gebruikt je bekendheid om de wereld een stukje beter te maken en dat is gewoon prijzenswaardig. Dat mag best weleens gezegd worden. Je lijkt mij een oprechte man. Een nice guy. Na Over De Streep kun je bij mij niet meer stuk.

Sterker nog,  alsof je dit ooit leest, wil ik je het volgende vragen. Als je tussen de bedrijven door eens tijd hebt, zou ik graag een kop koffie met je drinken. Warme chocomel met slagroom is ook goed. Een glaasje fris ook. Met of zonder schijfje citroen. IJsklontjes hoeven ook niet per se, ik ben niet zo moeilijk. Als ik maar betaal. Gaan we praten over het leven. Over ups en downs, over tranen van vreugde en tranen van verdriet. Over wijze lessen, diepere lagen, onze huidige maatschappij en de verhalen achter al die verschillende mensen. Ik verheug me er nu al op. Iedere man die jou niet mag, is gewoon jaloers. En elke vrouw die op je afgeeft is een takkewijf. Of beter gezegd, een boomsma. Jij bent de The bomb, Arie. Zonder bombarie, gewoon Arie. Arie Boomsma.

0