Als baby was ik onderweg weleens onrustig. Als de rit te lang duurde, begon ik achterin de auto te jammeren. Ik stopte voor niets of niemand. Ik hield pas op als we op de plaats van bestemming waren aangekomen. Verschrikkelijk, dat geluid. Langdurig ook. Volgens pas uitgelekte medische documenten, hebben mijn ouders er destijds net geen gehoorsbeschadiging aan overgehouden. Er was geen houden aan. Pas veel snelheidsovertredingen en bijna-ongelukken later, ontdekten men de enige remedie tegen het gejengel: muziek van de Gipsy Kings.

Spaanstalige nummers als Bamboleo. Djobi, Djoba. Baila Me, Bem Bem Bem Maria en natuurlijk: de Gipsyversie van Volare. Het meest kopieerde, gecoverde, gerecyclede,  heruitgebrachte en opnieuw gekopieerde Italiaanse nummer ever. Volgens de overlevering lukte het alleen deze zigeunerband om mij stil te krijgen. Liefde op het eerste gehoor. Liefde die nooit meer voorbij is gegaan. Tot op de dag van vandaag kunt u mij ’s nachts wakker maken voor een Gipsy-sessie. Echt wel.

Mijn vreugde was dan ook groot, toen ik vanavond met vader, moeder en de gezusters uit eten ging. Vlak voor we van huis vertrokken, had ik nog naar Djobi, Djoba geluisterd. Mij kon niets gebeuren. We gingen per personenauto naar een niet nader te noemen Italiaans restaurant. Lekker pizza eten!

We hadden gereserveerd. Na binnenkomst mochten we plaatsnemen aan een ronde tafel, in het midden van het etablissement. Italiaanse obers, Italiaanse muziek, zwarte en groene olijven op tafel, kruidenboter en stokbrood van het huis; dit zag er goed uit. Ik ben in Italië geweest, ik weet waar ik over praat. Dit zag er goed uit. Tijd om eens om mij heen te kijken.

Links van ons zetelt ‘grote familie met lollige (en wellicht ietwat bezopen) oom’.

Om ons heen zitten de typische mederestaurantgangers. Stereotypen die je altijd ziet, als je uit eten gaat. Achter ons zit ‘verstandshuwelijk’. Een man en een vrouw die geen woord met elkaar wisselen en elkander slechts spaarzaam uiterst onaangenaam aankijken. Als blikken konden doden, had ik vanavond twee overlijdensgevallen meegemaakt. Live.

Links van ons zetelt ‘grote familie met lollige (en wellicht ietwat bezopen) oom’. Een volle tafel, waar één man zowel de lolbroek aan als de pretpet op lijkt te hebben. Hij maakt grappen en buldert daar zelfs het hardst om. Als hij voor de zoveelste keer naar het toilet gaat, struikelt hij over niets.

Aan onze rechterzijde zit ‘ouder koppel dat hier al jaren komt’. Ze kennen de kok en laten de beste man uit de keuken halen. Dit zodat ze hem kunnen melden dat ‘het weer geweldig smaakt’. Man en vrouw genieten zichtbaar van de ambiance. Hier kennen ze de mensen. Hier is het gezellig. Hier kun je potdomme nog eens een pizza eten. Sinds 1967.

De man van het koppel klapt enthousiast, als in de verte plots gitaarklanken hoorbaar zijn. Gelijk een zeehond in het Dolfinarium gaat hij tekeer. Mijn moeder, lijnrecht tegenover mij gezeten, kijkt me aan. Ik weet waarom. Volare. Hier. Nu.

Hier en nu, bij de authentieke Italiaan, klinken de klanken van Volare. Zo hoort het. De gitaarmuziek is niet helemaal zuiver, maar ik klaag niet. Dat mag ook niet, want ik speel zelf niet eens gitaar. En hallo, ik hoor Gipsy-muziek! Als dat tijdens een dinertje mooi, eerlijk, helder en puur vertolkt wordt, ben ik de laatste die zeurt. Ik houd wel van achtergrondmuziek tijdens het eten.

Hier kun je potdomme nog eens een pizza eten.

Langzaamaan zwelt de muziek aan. Vanuit de rechterhoek zie ik de zanger van vanavond zijn weg tussen de tafeltjes banen. Hij heeft iets weg van Mouammar Khadaffi en Dennie Christian samen. De man is vrolijk, hij geniet zichtbaar. Hij loopt wat krom. Ik ben niet héél erg onder de indruk van zijn performance. Dit is geen Gipsy King. Verre van. Mijn nieuwsgierigheid groeit. Met het gitaarspel is niet veel mis. Echter, zodra de eerste woorden van Volare uit zijn mond komen, knapt er iets in mij. Ik ga een beetje dood.

Ik ben audiovisueel getuige van de verkrachting van mijn jeugdsentiment. Deze man is meedogenloos. Hij zingt niet alleen verschrikkelijk vals, hij doet dit ook nog op een veel te hoog volume. Ik wil weg. Ik kan dit niet. Ik respecteer elke artiest, maar dit is afschuwelijk. Ik zie hoe mijn zusjes met pijn en moeite hun slappe lach inhouden. Ik sla mijn vader gade. Hij staart gedesillusioneerd naar het perfect opgevouwen servetje voor zich. Alleen mijn moeder kijkt naar mij. Ze ziet wat de troubadour met mijn emoties doet. Ik zit stuk.

Het personeel lijkt hem te gedogen. Zij maken dit elke avond mee. Ze negeren hem. Het went, denk ik. Ik zie hoe rokers collectief van de gelegenheid gebruik maken om even naar buiten te lopen. Kinderen kijken verbaasd naar hun ouders. Sommige papa’s en mama’s bedekken de oren van hun koters. Niemand kan dit aan. Althans, bijna niemand. Alleen de oudere man aan onze rechterkant geniet hiervan. Cultuurbarbaar.

De muzikale sadomasochist maakt af waar hij aan begonnen is: zijn voor de rest compleet Spaanstalige (!) repertoire, waarvan zeker de helft bestaat uit old school Gipsy Kings-nummers. Mijn gezonde weemoed bij het horen van deze muziek, is voorgoed kapot. Dit is terrorisme. Dit moet verboden worden. Natuurlijk heeft ieder nadeel weer een voordeel. Ik heb veel geleerd van Mouammar Christian. Ik weet nu, dat ik beter nog even kan wachten met het schrijven van mijn boek. Ik heb een lesje nederigheid gekregen.

Ik zag een parallel.

Wat ik vanavond mee heb gemaakt, is afgrijselijk. Een parodie op een zanger, die zijn eigen optreden meer dan serieus neemt en niet doorheeft dat niemand het digt. Dit soort zelfbenoemde entrepreneurs spugen in het gezicht van mensen die wel écht beschikken over zangtalent. Dat is, naast het verzieken van het avondje uit van meer dan veertig mensen en het aan gruzelementen blèren van mijn vrolijke Gipsy-herinneringen, de grootste misdaad die ik vanavond heb aanschouwd. Ik zag een parallel.

Auteurs schrijven boeken. Hobbybloggers schrijven artikeltjes. En tot ik het stadium van complimenten gepasseerd ben en tastbare resultaten met mijn schrijfsels boek, weiger ik dezelfde fout te maken als die randdebiel van vanavond: geloven dat een bepaald vak ontzettend makkelijk is, heimelijk falen, mezelf voor paal zetten en zo ook nog eens écht talent tegen het zere been schoppen. Mijn tijd komt wel.

Forceren dien je af te leren.

0