Als rechtgeaard Hollands gezin bestellen wij eens in de zoveel tijd graag bij de plaatselijke Chinees. Nog liever gaan we naar de Chinees, lekker eten. De gemiddelde Nederlander hunkert eens in de zoveel tijd gewoon naar Chinees. We halen Chinees, we eten Chinees, we ademen en leven Chinees. Chinees is gewoon geweldig. Chinezen trouwens ook. Lieve mensen met lekker eten en een dienstbare houding. Tot op het slaafse af soms: ik hou ervan.

Van wat ze zeggen, die Chinezen, versta je vaak de helft niet. Maar zij verstaan jou en daar gaat het om. Je vergeeft ze snel hun gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal, zodra ze aan komen zetten met witte lijst en de rest van nummer 59 op het menu. Chinezen zijn daarom gewoon zwaar oké.

Een groot deel van de in Nederland woonachtige Chinezen heeft inmiddels een Nederlands paspoort en is opgegroeid met de Nederlandse taal en cultuur, maar zoekt desondanks nog steeds een huwelijkspartner met dezelfde etnische afkomst. Chinezen hebben hun eigen verenigingen en hun eigen feestjes. Chinezen hebben gewoon hun eigen kring. De gemiddelde etnische Nederlander komt alleen met Chinees in aanmerking als het gaat om hun horeca, het meest zichtbare en volledig met onze samenleving versmolten aspect van deze boeiende groep ‘allochtonen’.

Chinezen hebben hun eigen wijken hier in Nederland. In Amsterdam vind je in Chinatown zelfs straatnaambordjes in het Chinees. Het is een zowat hermetisch afgesloten gemeenschap die sterke banden heeft met het land van herkomst, maar het geeft niet. Ze hebben lekker eten, staan klaar voor ons Nederlanders en het beste van alles is: je hebt er verder geen last van. Je zou een groot deel slecht geïntegreerd kunnen noemen, maar je hebt er gewoon geen last van. En waarom vind ik die constatering zo belangrijk? Ik geef helemaal niks om integratie, daarom.

Mensen die hier zijn gekomen, moeten gewoon normaal doen. Het maakt mij niet uit of ze mijn taal spreken of dat ze meedoen aan de samenleving. Zolang ze mijn baan niet inpikken, niet een beetje zitten of liggen te niksen en gewoon mijn vuile werk opknappen of lekker eten maken, maakt het mij helemaal niet uit wat ze doen. Het zelfde geldt voor mensen die geboren zijn uit mensen die hier zijn gekomen: gewoon braaf zijn en -het liefst in stilte- hard werken. En dat laatste dan het liefst op zo’n manier dat ik er wat aan heb. Dan vind ik het niet eens een probleem dat je dezelfde prioriteiten als ik geniet.

Maakt mij het uit waar jij vandaan komt? Wat jouw mening is? Wat jij sociaal-economisch en cultureel bijdraagt aan deze samenleving? Het interesseert mij helemaal niet dat er bijvoorbeeld Marokkanen,Turken en andere zwartjes zijn die opklimmen in de politiek, de sport, het amusement of in het bedrijfsleven. Sterker nog, ik vind het zelfs een beetje eng. Je hoort veel te veel enge verhalen over die mensen. Vooral Marokkanen, die zorgen vaak voor overlast. Tuig van de richel, dat is het. Grofgebekt, asociaal, respectloos, ondankbaar en onruststokend rapalje. Allemaal. Ze kunnen beter terug naar het land waar ze vandaan komen, ze hebben hier helemaal niks te zoeken. Ik zit helemaal niet op jullie invloed te wachten.

Dat het een minderheid is die het hier verziekt, hoef ik niet te weten. Wat het precieze probleem van die minderheid is en dat mijn manier van denken daar misschien wel wat mee te maken heeft of heeft gehad, boeit me niet. Ik hoef geen kennis met je te maken omdat ik genoeg hoor en zie om te weten dat ik ver uit je buurt moet blijven.

Integratie boeit me niet, kennismaken hoeft van mij niet en praten al helemaal niet. Maak mijn witte lijst en nummer 59, bak mijn brood, versier mijn kapsalon met verse komkommer en knoflooksaus, maak mijn collegezalen en treinstations schoon, wees dankbaar voor de woonruimte die je van mijn regering hebt gekregen en de financiële voordeeltjes waar je jouw gezin mee kan onderhouden, houd je verder gewoon aan mijn regels (ook al doen wij dat ook lang niet allemaal) en doe verder de culturele en religieuze dingetjes die jij belangrijk vindt; zolang ik er maar geen last van heb. Jullie zijn immers te gast natuurlijk, als buitenlanders. Of vreemdelingen. Allochtonen.

Gelukkig voor jullie zijn er genoeg linkse hobbyisten, wannabe-allochtonen, Islamlikkers en andere slijmende en bange onderkruipsels die het voor jullie opnemen. Landverraders onder de huilerige vlag van medemenselijkheid en tolerantie. Omdat we allemaal mensen zijn, omdat we elkaar moeten leren kennen, omdat er kansen zijn en omdat de wereld zo mooi kan zijn als we het samen doen. Omdat discriminatie onrechtvaardig is. Omdat hokjesdenken kortzichtig zou zijn. Nou, ik zing een ander lied.

Autochtoontje hoger, allochtoontje lager. En zo is het. Eigen volk eerst en blank is beter. Integreren telt niet, je bent gewoon onderdanig of je rot op.

Bovenstaand stuk is geschreven vanuit het perspectief van iemand die in het dagelijks leven niet veel zegt en er misschien zelfs een beetje zielig uit ziet, maar op internet -anoniem- gezellig losgaat. Iemand die schijnheilig broodjes shoarma naar binnen werkt, kickt op mooie exotische meisjes, misschien zelfs de Turkse buurman groet (“Die is anders.”) en een goeie Marokkaanse collega heeft (“Ik zeg het ook gewoon tegen hem en hij is het met me eens!”) maar ondertussen wel op de PVV stemt. Gewoon, om redenen.