Liefde is de sleutel niet…

Geplaatst op & onder categorie Openhartig, Sluikreclame.

Liefde is de sleutel niet; liefde is het slot. Dat is het uitgangspunt van TOFLOF; een bundel van oneliners, versjes en korte verhalen over liefdes die niet helemaal lukken. Korter kan ik het niet maken, langer heus wel. In dit uitgebreide artikel leg ik namelijk graag het een en ander over de totstandkoming en de inhoud van TOFLOF uit.

Titel
Nog voordat Regelgeving in 2015 verscheen, had ik het idee om liefde eens neer te zetten zoals ik haar ervaar. Niet zoals ik wil dat ze is, niet zoals ik dat via een miljoenmiljard bundels, boeken, liedjes en films heb meegekregen, niet zoals ze hoort te zijn of niet hoort te zijn… Gewoon, zoals ze is of is geweest voor mij. Niet alleen tussen twee mensen maar juist ook in familieverband en vriendschappen. Juist ook in hoe wij ons in de samenleving tot elkaar verhouden; naastenliefde (of het gebrek eraan). Zelfliefde (of het gebrek eraan), liefde voor het vak dat ik beoefen, liefde voor concepten als veiligheid, vastigheid, zekerheid… Verloren, verboden, vergane en vervlogen liefde. Pijn die ik ervaren heb, schade die ik anderen berokkend heb, allemaal in naam van de liefde. Tough love, zeg maar. Of TOFLOF, op z’n Rotterdams. Mooi te splitsen in ‘tof’ en ‘lof’ ook.

Idee
Ik vatte het idee op toen ik half 2015 aanwezig was bij een debat. Het ging over spanningen in grootstedelijke wijken waar veel verschillende mensen bij elkaar leven. Een dame in de zaal zei: “Liefde is de sleutel”. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk bedoelde ze het goed en ik zou haar graag gelijk geven maar liefde alleen is niet genoeg. Is ze ook veel te lastig voor. Ze is eerder het slot, dat velen van ons levenslang proberen open te krijgen. Soms lukt het, soms mislukt het volledig. Beide uitkomsten kennen een bepaalde schoonheid, de mislukkingen vind ik vaak alleen wat onderbelicht.

Inhoud
De titel TOFLOF noteerde ik vast, aan het begin van 2016. Langzaamaan begon ik alle ideetjes, concepten en kant-en-klare stukken die in m’n hoofd voorbijkwamen, op te schrijven. Ik wilde zo veel mogelijk kanten van liefde belichten. Waar mijn relaties fout zijn gegaan, hoe prachtig maar verdraaid lastig mijn band met familie en vrienden eigenlijk is, kalverliefde, lust, afwijzing, liefde voor het systeem waarin we leven en de vele kromme, veelal ongeschreven regels die we daarbij volgen, ook vaak uit angst voor het onbekende… Het werd al gauw een bonte verzameling. Maar het liep niet. Het werk had nog geen kleur, geen sfeer om alles in te kunnen gieten. Tot Erasmus, Kanye West, J. Cole, Tom Waits, The Streets, Edward Hopper en Jongenshart van Bram Vermeulen. Niet per se in die volgorde.

Inspiratie
Terwijl ik keihard aan de inhoud begon te werken (leuke hobby ’s nachts -goed te combineren met de wereld qua normale gang van zaken ook-), kwam per toeval -waar ik toevallig niet zo in geloof- het werk van Edward Hopper voorbij. Een foto van een schilderij dat me erg deed denken aan een uitspraak van Erasmus: “Grote stad, grote eenzaamheid”. Het schilderij, een nachtelijk tafereel, toont een hotel van de buitenkant. Beneden in de lobby leest een man een krant. Helemaal alleen. Er branden geen lichtjes meer, behalve het licht op een kamer op de bovenste etage, waar een dame staat. Ook alleen. “Dit is TOFLOF”, zei ik hardop. Zoals ik dat wel vaker zou doen, tussen januari 2016 en september 2017.

Het schilderij deed me denken aan het album Closing Time van Tom Waits. Het stadse, het ouderwetse maar toch tijdloze, het melancholische, bijna beetje tragische. Omschrijven kan ik het niet precies maar ik wist het zeker: dit was de sfeer van het boek. Onderweg naar een optreden in Antwerpen, had ik één van mijn beste vrienden, Levar, bij me. Hij wees me op een nummer van J. Cole, dat ‘m aan mij deed denken. Love Yourz knalde door de speakers en dat nummer ging, in deze context gegoten, door merg en been. “There’s beauty in the struggle, ugliness in the success…” Het tekende het punt waarop ik dat moment in mijn loopbaan stond, compleet. “Dit is TOFLOF”, zei ik weer. Net als toen Real Friends van Kanye West uitkwam. “When was the last time I remembered a birthday, when was the last time I wasn’t in a hurry…” Ik was veel van m’n artistieke dromen aan het bereiken maar het ging ten koste van persoonlijke banden die ik door de jaren heen heb opgebouwd. De keerzijde van ‘lekker gaan’, is mensen verliezen. TOFLOF. Nog was ik er niet.

Sinds de middelbare school ben ik weg van de teksten en muziek van The Streets, vooral aan de plaat A Grand Don’t Come For Free bewaar ik bijzondere herinneringen. De hele sfeer van het album, het kleine, het realistische, het rake, het stadse en wederom het melancholische; ook dit werd een bron van inspiratie voor mijn bundel. Ik schreef lekker door maar er ontbrak nog iets. Tot een andere goede vriend, Manu, mij introduceerde aan het werk van Bram Vermeulen. Ik weet het, veel te laat. Maar alles heeft een reden. Die man heeft geniale teksten op prachtige muziek gezet. En die stem… Tussen alle parels viel mijn oor op Jongenshart en het concept voor TOFLOF kreeg definitief vorm, in mijn hoofd: het boek moest mijn hart op tafel worden.

Tekstuele totstandkoming
Inhoudelijk werk ik samen met mijn grote bro, goede vriend en gerespecteerd collega Manu van Kersbergen. Ik schrijf me het leplazarus, hij leest mee en we discussiëren over wat goed is en wat slecht. Wat mooi is en wat lelijk. Wat wel en wat niet. Bij voorkeur op Terschelling, waar we ook voor dit boek weer twee keer gebivakkeerd hebben, maar ook tijdens sessies in Rotterdam en Amsterdam liepen de gemoederen hoog op. Mooie discussies, zijn dat altijd. Tekstueel is hij van onschatbare en onvervangbare waarde. Hij houdt in de gaten waar ik in herhaling val of invalshoeken mis en hij geldt als klankbord. Hij bewaakt alles, behalve de voortgang: in mijn enthousiasme maak ik eerder veel te veel dan te weinig werk.

De vormgeving was een compleet ander verhaal. Ik had zó helder in mijn hoofd wat ik wilde (combinatie van enerzijds mijn werk (stads, modern, snel, recht voor z’n raap maar toch gelaagd en anderzijds klassiek, ouderwets, een knipoog naar Waits/Hopper/de jaren ’50 en ’60, het Rotterdam van weleer), dat dat het zoeken naar een geschikte samenwerkingspartij eerder moeilijker dan makkelijker maakte. En daar was het toeval weer.

Illustratie en vormgeving 
Grappig hoe je, in een soort zoektocht naar je eigen (vaak oncomfortabele) waarheid, gestuurd wordt door de realiteit. Toen ik in september 2016 in Amsterdam een inspiratiecollege voor jonge creatieve MBO-studenten afsloot met de opmerking dat ik altijd graag met jonge mensen samenwerk, stond Jerry opeens voor mijn neus. Ik had laten vallen dat ik vooral op zoek was naar actief meedenkende vormgevers, met een sterke focus op letters en ervaring op het gebied van het maken van boeken. Hij wist wel iemand, zei hij. Hij liep stage bij Shon Price. Ik zou langskomen, dat gebeurde.

Op kantoor bij Shon en Jerry, was ik meteen verkocht. We spraken de intentie uit om samen te gaan werken. Zij vonden het tof wat ik deed, ik vond het tof wat zij deden en financieel zouden we er wel uit gaan komen. Nadat ik mijn warrige ideeën op papier gezet had, kreeg ik een eerste pitch van de heren. Het was geweldig, precies wat ik voor ogen had. Gevoelsmatig zat het meteen goed! De lettertypes, mijn idee voor een soort filmscènes (à la Hopper) die door het boek lopen… Gaandeweg kwamen zij met het idee voor een knalrood, inktloos boek, inclusief rode zijkanten, nadat ik liet vallen dat het boek mijn hart (Jongenshart – Bram Vermeulen) op tafel zou zijn. Liefde die niet helemaal lukt, verklaart de dooie bloemen op de voorkant. Naar een geniaal idee van Shon.

In ons hoofd, was het boek al af. Inmiddels kan ik zeggen dat de samenwerking tot iets prachtigs heeft geleid. Het blijft bijzonder hoe je een heel helder idee hebt en hoe dat met input van een expert op zijn gebied, samen met heel veel enthousiasme en perfectionisme van alle betrokken partijen, echt op een hoger niveau wordt getild. Het boek ìs inderdaad mijn hart op tafel: de cover kent geen inkt, maar dingen die letterlijk indruk hebben gemaakt. Dit zorgt ervoor dat je van een afstand weinig ziet.

Voor de cover moet je de tijd nemen, in het juiste licht staan, even moeite doen. De garen lopen letterlijk als een rode draad door de bundel heen en het precieze midden van het boek bevat de tekst Middenin mijn binnenin, over mijn eigen tweeledigheid. Althans, één pagina rechts van het midden. Omdat in het precieze midden de garen van het boek te zien zijn en ik, als het erop aankomt, vaker de (rode) draad kwijt ben dan ‘m heb. Humor, verdriet, waarheid en realiteit wisselen elkaar af. Familie, vrienden en (voorbije) liefdes hebben een prominente plek. Net als persoonlijke ervaringen, maatschappelijke beschouwingen, ontboezemingen, angsten en dromen. Precies als in mijn hart.

Proces
Manu kwam in 2015, na gesprekken die ik met gevestigde uitgeverijen gehad over mijn werk, met het idee om samen een uitgeverij op te zetten. Om verschillende redenen vond ik dit een goed idee. Volledige artistieke vrijheid! En de kans om werk van anderen, die net als ik niet per se vallen binnen de kaders van bestaande uitgeverijen, ook een podium te geven. Het op deze manier bijdragen aan het volwassener maken van de spoken word-wereld en onszelf als creatieve ondernemers breder ontwikkelen, waren twee andere overwegingen. Oprecht mooi vind ik dat, ben ook heel blij met de keuze, maar de andere kant van het verhaal? Wij doen alles samen, alles zelf.

Natuurlijk het schrijfproces, maar ook het schakelen omtrent het artwork, het contact met de drukker (van samples tot expliciete wensen qua vormgeving), de administratieve zaken (bestellingen, betalingen, belasting en andere administratieve zegeningen), het sjouwen en posten van de boeken, de afdeling verkoop (online en na optredens), de distributie via het Centraal Boekhuis, de boekpresentatie (wel met dikke vette hulp van Levar), de online en offline promotie… Naast onze agenda’s als autonome makers, is het best een onderneming. En dat allemaal zonder subsidies, maar met ons eigen geld. Een grote gok, telkens weer, op basis van vertrouwen. Hoe vet is dat? En hoe eng soms? Nou, heel vet en heel eng. En kei- en keihard werken, maar wel voor onszelf!

Afrondings
Persoonlijk heeft dit boek mij veel gebracht en gekost. Het had in maart 2017 uit moeten komen maar met het stadsdichterschap en het overlijden
van mijn opa een week na die benoeming, begon dit jaar iets anders dan gedacht. Hoge pieken, diepe dalen. Ook hier bestaat toeval niet; vooral in de nasleep van mijn opa’s heengaan (het opruimen van het huis van oma en opa, alle foto’s en herinneringen/overpeinzingen), is er nog veel aan het boek veranderd. Sterker nog, de helft van wat er op dat moment in stond, is in de prullenbak verdwenen en vervangen. De lente bracht een schrijfblessure aan mijn pols, de zomer een zware kaakontsteking, het najaar problemen met mijn buik en de tussentijd bracht veel werk in opdracht en ingrijpende transities op zakelijke gebied (stoppen bij FunX, vertrekken bij Endemol/Talent Kitchen en bij de SKVR). Hoe ik het allemaal gedaan heb, weet ik eigenlijk ook niet, maar perfect is het niet verlopen. Ik bezuinig vooral op slapen en gezond eten, rusten en sociale contacten. Dat helpt! Zonder de liefde en hulp die ik gekregen heb van mensen dichtbij, had ik het niet gered. Helaas zijn ze niet allemaal meer in mijn leven. Al met al is het is een langdurige zwangerschap geweest en bovendien een zware bevalling, maar we zijn er! Althans, het boek is er. Een week voor de presentatie.

Echte afrondings
Dit boek is het mooiste wat ik de wereld op dit moment te geven heb. Beter lukt me op dit punt in mijn ontwikkeling gewoon niet. Het werk is het resultaat van hard werken, doorbeuken, heel veel ‘nee’ horen, lobi, eigen geld, een ontelbaar aantal uren, heel veel energie en heel veel hulp. Nu de eerste reacties binnen beginnen te druppelen, begint het idee dat het werk ‘out there’ is, te landen. Heel maf is dat. Hulp van de televisie krijgen we niet, recensies in ‘literaire’ kranten zullen er niet komen, maar wij hebben ons best gedaan op een mooi boek. Zowel qua inhoud als qua vorm. En oh ja, dit stuk heb ik aan één stuk door geschreven, zonder de spelling na te kijken. Zullen vast fouten in zitten, mooi zo! Dit wilde ik even kwijt als achtergrondinformatie. Zien we je aanstaande zaterdag? Het boek bestellen kan trouwens hier.

Flyer Boekpresentatie TOFLOF Instagram
Delen dan!

    Leave a Reply